afdeling strafrecht parketnummer: 23-002438-18 datum uitspraak: 11 juni 2019 TEGENSPRAAK ( gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-100861-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 23 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een kettingslot, althans een zwaar voorwerp, op voornoemde [slachtoffer] af te lopen/komen en/of met een kettingslot, althans een zwaar voorwerp, in de richting van die [slachtoffer] te zwaaien en/of (daarbij) die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je afmaken en/of ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 23 mei 2018 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling door met een kettingslot op voornoemde [slachtoffer] af te lopen en met dat kettingslot in de richting van die [slachtoffer] te zwaaien. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: bedreiging met zware mishandeling Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde (bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich naar aanleiding van een verkeerde verkeersmanoeuvre van aangever schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling. Hij heeft hierdoor aangever aanzienlijke angst aangejaagd. Dergelijke delicten versterken ook de aanwezigheid van gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 mei 2019 is hij eerder wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht onherroepelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.000,00, ter zake van immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 150,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.