afdeling strafrecht parketnummer: 23-000829-18 datum uitspraak: 28 februari 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-211691-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1:hij op of omstreeks 20 maart 2017 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk 36 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan BP Nieuwe Hemweg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de Nieuwe Hemweg, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 20 maart 2017 te Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 36 liter benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan BP (filiaal Nieuwe Hemweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 2:hij op of omstreeks 3 april 2017 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk 34 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan BP Nieuwe Hemweg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de Nieuwe Hemweg, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 3 april 2017 te Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 34 liter benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan BP (filiaal Nieuwe Hemweg), in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte; 3:hij op of omstreeks 27 maart 2017 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk 29 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan Shell Westpoort, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de Galwin, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 27 maart 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 29 liter benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Shell Westpoort, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft ontkend dat hij de persoon is die te zien is op de stills van de camerabeelden die zich in het dossier bevinden, de haardracht van de verdachte komt niet overeen met de haardracht van de persoon op de stills en de twee verbalisanten die stellen de verdachte op de stills te herkennen hebben niet of niet duidelijk genoeg gespecificeerd aan de hand van welke kenmerken zij hem herkennen; aannemelijk is dat zij zich vergissen. Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt. De ter terechtzitting in hoger beroep bekeken stills van de camerabeelden zijn van voldoende kwaliteit om te kunnen komen tot een herkenning van de dader. In hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan (de betrouwbaarheid van) de herkenning van de verdachte door twee verbalisanten, die beiden de verdachte ambtshalve kennen en die gerelateerd hebben niet alleen waaraan zij hem hebben herkend, maar ook dat zij de verdachte onmiddellijk en zonder twijfel hebben herkend op de hun getoonde afbeeldingen. Vrijspraak verduistering Het hof moet in dit geval gelet op de tenlastelegging beoordelen of het wederrechtelijk toe-eigenen van de brandstof, zoals is ten laste gelegd, het strafbare feit diefstal of verduistering oplevert. Van diefstal is sprake als de verdachte de brandstof met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegneemt, waarbij dit oogmerk reeds ten tijde van het tanken bij hem bestaat. Van verduistering is sprake als de betrokkene de brandstof anders dan door misdrijf onder zich heeft en hij zich deze vervolgens wederrechtelijk toe-eigent. Van belang is in een situatie als deze met name de intentie waarmee de verdachte heeft getankt. Vast staat dat de verdachte op 20 maart 2017, 27 maart 2017 en 3 april 2017, met een auto met telkens een andere valse kentekenplaat, brandstof heeft getankt en vervolgens telkens zonder te betalen of daartoe zelfs maar aanstalten te maken, is weggereden. Daaruit blijkt, zoals ook door de advocaat-generaal en de raadsvrouw (indien het hof tot een bewezenverklaring zou komen) bepleit, dat de verdachte reeds voorafgaand aan het tanken de intentie had de brandstof zich toe te eigenen zonder af te rekenen. Aldus is telkens sprake van diefstal en dient de verdachte van het telkens primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.