← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:1942

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers : 200.254.375/01 en 200.254.376/01 zaak-/rolnummers rechtbank Amsterdam : C/13/658821 / KG ZA 18-1346 en C/13/659986 / KG ZA 19-16 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 juni 2019 inzake zaaknummer 200.254.375/01: 1BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ NIEUWBUREN B.V., gevestigd te Amsterdam,

  1. NOTEX B.V., gevestigd te Amsterdam,
  2. EMBOCADO B.V., gevestigd te Amsterdam, appellanten in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat: mr. J. Bouter te Amsterdam, tegen ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam, zaaknummer 200.254.376/01: 1BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ NIEUWBUREN B.V., gevestigd te Amsterdam,
  3. NOTEX B.V., gevestigd te Amsterdam,
  4. EMBOCADO B.V., gevestigd te Amsterdam, appellanten in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat: mr. J. Bouter te Amsterdam, tegen ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam. Partijen worden hierna Nieuwburen c.s. en ING genoemd. 1Het geding in hoger beroep zaaknummer 200.254.375/01: Nieuwburen c.s. zijn bij dagvaarding van 30 januari 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2019 onder zaak-/rolnummer C/13/658821 / KG ZA 18-1346 gewezen tussen Nieuwburen c.s. als eiseressen en ING als gedaagde. Nieuwburen c.s. hebben daarna een memorie van grieven ingediend, met producties. Bij incidentele conclusie hebben Nieuwburen c.s. op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaken, met veroordeling van ING in de kosten van het incident. Bij H-formulier van 4 april 2019 heeft ING zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. zaaknummer 200.254.376/01: Nieuwburen c.s. zijn tevens bij dagvaarding van 30 januari 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2019 onder zaak-/rolnummer C/13/659986 / KG ZA 19-16 gewezen tussen Nieuwburen c.s. als eiseressen en ING als gedaagde. Nieuwburen c.s. hebben daarna een memorie van grieven ingediend, met producties. Bij incidentele conclusie hebben Nieuwburen c.s. op de voet van artikel 222 Rv voeging gevorderd van de onderhavige zaken, met veroordeling van ING in de kosten van het incident. Bij H-formulier van 4 april 2019 heeft ING zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling in de incidenten tot voeging: 2.1 Nieuwburen c.s. hebben voeging gevorderd op de grond dat de onderhavige zaken tussen dezelfde partijen aanhangig zijn en zien op hetzelfde feitencomplex. In de zaak met zaaknummer 200.254.376/01 wordt de uitkomst van die zaak afhankelijk gesteld van de uitkomst van de zaak met zaaknummer 200.254.375/
  5. ING heeft zich ten aanzien van de incidentele vorderingen tot voeging gerefereerd aan het oordeel van het hof. 2.2 Uit hetgeen Nieuwburen c.s. hebben aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv is voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd. 2.3 De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaken zullen naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door ING. 3Beslissing Het hof: in de incidenten tot voeging: voegt de zaak met zaaknummer 200.254.375/01 met de zaak met zaaknummer 200.254.376/01; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaken; in de hoofdzaken: verwijst de zaken naar de rol van 2 juli 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door ING; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.