← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:2352

afdeling strafrecht parketnummer: 23-004258-17 datum uitspraak: 26 april 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 23 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-145543-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 april

  1. Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 6 februari 2017 te Amsterdam als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nieuwe Leeuwarderweg geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 101 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter. Bewijsmotivering De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte vrijspraak van het aan hem tenlastegelegde bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij weliswaar op de in proces-verbaal aangeduide plaats en op dat tijdstip een auto heeft bestuurd, maar dat hij niet sneller heeft gereden dan ter plaatse was toegestaan. Dat de verbalisant door middel van radarmeting niettemin een snelheidsoverschrijding heeft vastgesteld, schrijft de verdachte toe aan het feit dat hij, rijdend op de linker rijstrook, ten tijde van de meting werd ingehaald door een op de rechter rijstrook rijdende auto die veel harder reed dan hij. De meting heeft betrekking gehad op die rechts inhalende auto en niet op zijn – verdachtes – auto, aldus de verdachte. Het hof overweegt het volgende. In het dossier bevindt zich een in de wettelijke vorm, op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 26 april 2017, waarin de snelheidsovertreding zoals ten laste gelegd aan de verdachte is geconstateerd. In beginsel dient van de juistheid van een dergelijk proces-verbaal te worden uitgegaan. In de onderhavige zaak geldt dit temeer, aangezien uit het proces-verbaal blijkt dat de verbalisant, staand naast de rijbaan, het meetapparaat, voor de bediening waarvan hij was opgeleid, gericht heeft (gehouden) op de auto waarvan de rijsnelheid hem (kennelijk) was opgevallen en dat hij deze, door de verdachte bestuurde, auto direct na de constatering van de snelheidsovertreding heeft staande gehouden. Het is daarom onaannemelijk dat de meting een ander voertuig betrof dan het voertuig dat door verbalisant naar de kant van de weg werd gedirigeerd. Deze stelling vindt voorts bevestiging in het tweede op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 27 november 2017 waarin de verbalisant op ambtsbelofte verklaart de verdachte continu in het zicht te hebben gehad. De verklaring ter terechtzitting (in eerste aanleg en in hoger beroep) van de als getuige gehoorde moeder van de verdachte inhoudende dat zij, zittend als passagier naast haar zoon, niet heeft gezien hoe hard haar zoon precies reed, maar dat het zeker geen 100km/h was, is onvoldoende om aan de juistheid van de inhoud van de twee voornoemde processen-verbaal te twijfelen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 6 februari 2017 te Amsterdam als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nieuwe Leeuwarderweg geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt, immers heeft hij in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven – gereden met een snelheid van ongeveer 101 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur overschreden. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
  2. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 150 subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft aanmerkelijk te hard gereden op de openbare weg en daarmee voor zichzelf en voor andere weggebruikers potentieel een gevaarlijke situatie doen ontstaan. Blijkens een de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie is de verdachte éénmaal eerder voor een verkeersdelict onherroepelijk veroordeeld, maar dit betreft een zodanig oud feit dat hiermee bij de bepaling van de straf geen rekening wordt gehouden. Verder is het strafblad van de verdachte blanco. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikelen 62 jo. bord A1 van bijlage I en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, artikel 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 15 februari 2017 onder CJIB-nummer
  3. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.M. van Amsterdam en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april
  4. Mr. A.M. van Amsterdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.