afdeling strafrecht parketnummer: 23-003686-18 datum uitspraak: 1 juli 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-684468-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 26 oktober 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een envelop (inhoudende een geldbedrag van circa 5000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; 2.hij op of omstreeks 26 oktober 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 5,75 gram cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3.(gevoegde zaak 706641-17) hij op of omstreeks 14 juli 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een motorfiets heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; 4.(gevoegde zaak 706641-17) hij op of omstreeks 14 juli 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [verbalisant], hoofdagent van politie eenheid Amsterdam, werkzaam in de rechtmatige oefening van zijn bediening, te weten het aanhouden van verdachte, door zich los te trekken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Uit het feit dat de verdachte een aantoonbaar onjuiste verklaring heeft afgelegd over het besturen van de motorfiets voorafgaand aan de aanhouding op 14 juli 2017, kan naar het oordeel van het hof niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de motorfiets wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de motorfiets van diefstal afkomstig was. Het dossier bevat ook geen andere bewijsmiddelen waaruit deze wetenschap of het vermoeden, ten tijde van het voorhanden krijgen van de motorfiets, kan worden afgeleid. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 26 oktober 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een envelop (inhoudende een geldbedrag van circa 5000 euro), toebehorende aan [slachtoffer]. 2.hij op 26 oktober 2017 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,75 gram van een materiaal bevattende cocaïne. 4.hij op 14 juli 2017 te Amsterdam, zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [verbalisant], hoofdagent van politie eenheid Amsterdam, werkzaam in de rechtmatige oefening van zijn bediening, te weten het aanhouden van verdachte, door zich los te trekken. Hetgeen onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: diefstal. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: wederspannigheid. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen met aftrek van voorarrest, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar, een taakstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen hechtenis, en een geldboete van € 1.662,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.