← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:253

beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummer: 001094-18 (591a Sv) parketnummer in eerste aanleg: 15/234592-16 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 15 januari 2018 op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. F.M.M.M. Vogels, [adres]. 1Inhoud van het verzoekschrift Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van: kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 968,00; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00, vermeerderd met € 280,00 voor het hoger beroep. 2Procesverloop Het hoger beroep is op 25 januari 2018 ingesteld door verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is verschenen. 3Beoordeling van het hoger beroep Bij sepotbeslissing van de officier van justitie van 17 november 2016 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De rechtbank heeft het verzoek afgewezen op de grond dat, kort samengevat, appellant geen vergunninghouder was en daarom niets te zoeken had op Schiphol waardoor de kosten van rechtsbijstand voor rekening van de appellant dienen te blijven. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat verzoeker het niet aan zichzelf te wijten heeft dat hij als verdachte is aangemerkt. Appellant heeft een vergunning als bedoeld in artikel 76 van de Wet personenvervoer 2000 en is daarom gerechtigd op de openbare weg te Schiphol zijn taxidiensten aan te bieden. Onder die omstandigheden acht het hof gronden van billijkheid aanwezig de door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en zal het hof opnieuw recht doen. Het inleidende verzoek is tijdig ingediend. De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht. 4Beslissing Het hof: Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht. Wijst het verzochte toe. Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan appellant een vergoeding toe van € 1.798,00 (duizend zevenhonderdachtennegentig euro). Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.H.C. van Ginhoven, A.M.P. Geelhoed en M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 31 januari 2019. De voorzitter beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.798,00 (duizend zevenhonderdachtennegentig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam]. Amsterdam, 31 januari 2019, mr. J.H.C. van Ginhoven, voorzitter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.