← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:2538

13/143310-19 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag] 1995, wonende te [adres], thans verblijvende in het huis van bewaring Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave, tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2019, houdende bevel tot zijn gevangenhouding. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte mr. K. Ramdhan. Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust, met toevoeging van de zogeheten 12-jaarsgrond. Er is sprake van een verdenking van een buitengewoon ernstig feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld nu zich dit op de openbare weg heeft afgespeeld. Gelet op de ernst en aard van de verdenking – een kennelijke straatroof, voor derden waarneembaar – is het hof van oordeel dat er sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte thans een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust. Gelet op de aard en ernst van het feit waarvoor de verdachte nu in voorlopige hechtenis zit doet de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv, zich naar het oordeel van het hof nu niet voor. Ten aanzien van het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof dat er bij de verdachte kennelijk sprake is van psychische problematiek. Nu op dit moment nog niet duidelijk is hoe groot het recidivegevaar is en of dit afdoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden acht het hof schorsing van de voorlopige hechtenis niet aangewezen. Daartoe dient ten minste eerst het rapport van de psychiater te worden afgewacht. 13143310-19 De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 10 juli 2019 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. F.A. Hartsuiker en A.E. Kleene-Krom, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W.M. Lut als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 10 juli 2019, de advocaat-generaal

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.