afdeling strafrecht parketnummer: 23-000735-17 datum uitspraak: 30 juli 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 13-654194-16 en 13-260643-15 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 08 november 2016 te Amsterdam in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer in het café [naam] aanwezigen gasten en/of personeelsleden van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, - naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en/of (vervolgens) - naar en/of in de richting van die [slachtoffer 2] en/of een of meer in het café [naam] aanwezigen gasten en/of personeelsleden heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Vast staat dat in de avond van 7 november 2016 een schietincident heeft plaatsgevonden bij Café [naam] aan de Palembangstraat in Amsterdam. Het hof acht niet bewezen dat het de verdachte is geweest die toen en daar een vuurwapen heeft afgevuurd. De verdachte heeft elke betrokkenheid bij het incident consequent ontkend. Het enige bewijs dat de verdachte de schutter zou zijn geweest, kan worden gevonden in de verklaringen van aangever [slachtoffer 1]. Hij heeft echter zeer wisselend verklaard, zodat het hof slechts uiterst behoedzaam met deze verklaringen kan omgaan. Het (overigens) uitermate gebrekkige opsporingsonderzoek heeft geen, althans onvoldoende objectief steunbewijs opgeleverd. Hetgeen de rechtbank als zodanig heeft aangemerkt, is naar het oordeel van het hof daartoe in ieder geval bepaald onvoldoende. Dit leidt tot de slotsom dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Vordering tenuitvoerlegging (13-260643-15) Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2016 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 16 dagen, subsidiair 8 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 3.740,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.