Vrijs afdeling strafrecht parketnummer: 23-000111-18 datum uitspraak: 10 juli 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑258924-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Liberia) op [geboortedag] 1978, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Omvang van het hoger beroep De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak voor dit feit. Tenlastelegging Aan de verdachte is, voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen, ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 24 december 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een nationaal paspoort van Liberia, voorzien van het nummer [nummer] en op naam gesteld van [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Standpunten van partijen De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld, nu hij het paspoort via een vriend had verkregen en wist of kon weten dat dat niet de officiële wijze van verkrijging was. De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken, omdat hij niet wist en ook niet redelijkerwijs moest vermoeden dat het paspoort vals was. Oordeel van het hof Het hof stelt voorop dat uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee is gebleken dat het in de tenlastelegging bedoelde paspoort als vervalst dient te worden beschouwd. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de verdachte dit wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden. De verdachte heeft in dit verband aangevoerd dat hij het paspoort heeft verkregen via een vriend van hem in Liberia. Deze gang van zaken wordt niet uitgesloten door de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting. De raadsvrouw heeft in dat kader het Algemeen Ambtsbericht Liberia van het Ministerie van Buitenlandse Zaken uit januari 2004 overgelegd. Het hof leidt daaruit af dat in het verleden de officiële paspoortinstructie in de praktijk niet werd nageleefd en ook een ander dan de aanvrager een paspoort kon aanvragen of ophalen. Op grond hiervan is daarom niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het paspoort vervalst was. Het hof betreft daarbij de omstandigheid dat het paspoort in de jaren daarna door zowel Liberiaanse als Europese autoriteiten niet als (ver)vals(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.