Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001439-19 Datum uitspraak: 21 augustus 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-046672-19 tegen [verdachte] , geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1984, thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof, naar aanleiding van hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft betoogd, als volgt zal overwegen. Bewijsuitsluiting De raadsman heeft gesteld dat het proces-verbaal van aanhouding moet worden uitgesloten van het bewijs, nu de verdachte bij zijn aanhouding vragen heeft beantwoord zonder bijstand van een tolk Papiamento. Het verweer wordt verworpen. Nog los van het feit dat het hof onderschrijft wat de politierechter ter zake heeft overwogen (vonnis § 3.2), is, voor zover de raadsman een beroep heeft willen doen op het bepaalde in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, geen sprake van een verweer dat voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De raadsman heeft niet duidelijk en gemotiveerd, aan de hand van de in dat artikel genoemde factoren, aangegeven of sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek en waarom dit tot een bepaald rechtsgevolg dient te leiden. Corruptie op luchthavens De raadsman heeft - in algemene zin - gesteld dat op luchthavens sprake is van corruptie en dat mogelijk op Curaçao anderen, bijvoorbeeld het luchthavenpersoneel, de bagage van de verdachte zonder zijn medeweten hebben overgepakt in twee andere koffers die cocaïne bevatten. Uit het dossier volgt dat de verdachte bij zijn aanhouding heeft verklaard dat de twee zwarte koffers waarin de cocaïne is aangetroffen van hem zijn, dat deze twee koffers waren voorzien van een label met zijn naam daarop en dat de verdachte in het bezit was van de bijbehorende claimtags. Dat anderen betrokken zouden zijn geweest bij het overpakken van bagage in andere koffers zonder dat de verdachte hiervan kennis had, blijkt nergens uit. Nu het door de raadsman aangedragen alternatieve scenario niet aannemelijk is en het dossier daarvoor evenmin steun biedt, gaat het hof daaraan voorbij. Strafoplegging In hetgeen de raadsman in dit kader van de strafoplegging heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de politierechter heeft gedaan. BESLISSING Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 augustus 2019. Mr. Van Rijn en mr. Geelhoed zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Proces-verbaal van aanhouding, proces-verbaal nummer 2019-0203-02477, doorgenummerde pagina 10. Proces-verbaal van aanhouding, proces-verbaal nummer 2019-0203-02477, doorgenummerde pagina 10. Proces-verbaal van onderzoek bagage, overige goederen, bagagelabels, claimtags, doorgenummerde pagina 58.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.