Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-004124-18 Datum uitspraak: 14 augustus 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 13 november 2018 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 maart 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-255625-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, adres: [adres]. Procesgang De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 4 maart 2016 de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 16 november 2016 het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tegen voormeld arrest van het gerechtshof is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 13 november 2018 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.