← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:370

GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Zaaknummer: 200.229.869/01 Zaaknummer rechtbank: 6255986 EB VERZ 17-17593 Beschikking van de meervoudige kamer van 25 januari 2019 inzake [de betrokkene] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: [de betrokkene] , advocaat: mr. W.P.A. Vos te Amsterdam. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 18 oktober 2017 uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 [de betrokkene] is op 11 december 2017 in hoger beroep gekomen van bovengenoemde beschikking van 18 oktober

  1. Bij deze beschikking heeft de kantonrechter, voor zover thans van belang, op verzoek van [de maatschappelijk werkster] , als maatschappelijk werkster verbonden aan Mentrum/Kliniek Reigersbos, de goederen die (zullen) toebehoren aan [de betrokkene] onder bewind gesteld wegens zijn lichamelijke/geestelijke toestand en verkwisting/het hebben van problematische schulden. 2.2 Bij brief van 21 december 2017 heeft het hof mr. Vos op de hoogte gesteld dat het ingediende beroepschrift niet compleet was. Mr. Vos is in de gelegenheid gesteld om dit verzuim uiterlijk op 4 januari 2018 te herstellen. Van de zijde van mr. Vos is op deze brief geen reactie ingekomen. 2.3 Bij brief van 26 januari 2018 heeft het hof mr. Vos nogmaals verzocht de ontbrekende stukken toe te zenden, uiterlijk op 9 februari
  2. Op deze brief is eveneens geen reactie ingekomen. 2.4 De mondelinge behandeling heeft op 25 januari 2019 plaatsgevonden. Verschenen is: - mr. W.P.A. Vos, namens [de betrokkene] . 2.5 Het hof heeft ter zitting van 25 januari 2019 mondeling uitspraak gedaan. Deze beschikking vormt daarvan de schriftelijke uitwerking. 3De ontvankelijkheid van het hoger beroep 3.1 De vraag dient te worden beantwoord of [de betrokkene] ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen bovengenoemde beschikking van 18 oktober
  3. 3.2 Ter zitting in hoger beroep heeft mr. Vos verklaard dat zij de brieven van het hof van 21 december 2017 en 26 januari 2018, waarin het hof haar heeft verzocht de ontbrekende stukken over te leggen, per abuis over het hoofd heeft gezien. Mr. Vos heeft het hof ter zitting in hoger beroep verzocht de ontbrekende stukken alsnog ter zitting te mogen overleggen. 3.3 Het hof overweegt als volgt. [de betrokkene] is op 11 december 2017 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter van 18 oktober
  4. Omdat de stukken bij het beroepschrift niet compleet waren (het procesdossier uit de eerste aanleg ontbrak), kon de zaak niet verder in behandeling worden genomen. De griffier van het hof heeft mr. Vos bij brief van 21 december 2017 en daarna, nadat op die brief geen reactie was ingekomen, nogmaals bij brief van 26 januari 2018 in de gelegenheid gesteld genoemd verzuim te herstellen. Ook op deze brief is door mr. Vos niet gereageerd. Het hof is van oordeel dat mr. Vos voldoende gelegenheid is geboden om het hof de aan het beroepschrift ontbrekende stukken te doen toekomen. Mr. Vos heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Van bijzondere omstandigheden die de overschrijding van de gestelde termijnen zouden kunnen rechtvaardigen is niet gebleken. Het hof zal [de betrokkene] derhalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep. 3.
  5. Dit leidt tot de volgende beslissing. 4De beslissing Het hof: verklaart [de betrokkene] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. A. van Haeringen en mr. R.G. Kemmers, in tegenwoordigheid van mr. H. Sapir als griffier, en is op 25 januari 2019 mondeling in verkorte vorm en in het openbaar uitgesproken door de voorzitter. Deze schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 12 februari 2019 door bovengenoemde raadsheren en ondertekend door de voorzitter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.