beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.232.897/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 10 september 2019 inzake [A] , wonende te [....] , VERZOEKSTER, advocaat: voorheen mr. S.C. Krekel, kantoorhoudende te Leiden, thans mr. O.J. Hennis, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MONITUS HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MONITUS B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTERS, voorheen advocaat: mr. R.A. Oskamp, kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen, e n t e g e n 1 [B] , wonende te [....] , 2. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MONITUS, gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. R.A. Oskamp, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster met [A] ; verweersters ieder afzonderlijk met Monitus Holding en Monitus; belanghebbenden met [B] en Stak en gezamenlijk met [B] c.s.; en verweersters en belanghebbenden gezamenlijk met Monitus c.s. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 24 september 2018, 25 september 2018 en 21 januari 2019. 1.3 Bij de beschikking van 24 september 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Monitus Holding en Monitus over de periode vanaf 2 juni 2014. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Monitus Holding. 1.4 Bij de beschikking van 25 september 2018 heeft de Ondernemingskamer mr. J.G. Molenaar als bestuurder (verder: Molenaar) aangewezen. 1.5 Bij beschikking van 21 januari 2019 heeft de Ondernemingskamer mr. P.R.W. Schaink als onderzoeker aangewezen. 1.6 Bij brief met bijlagen van 14 augustus 2019 heeft Molenaar de Ondernemingskamer verzocht op de voet van artikel 2:357 lid 6 BW te bepalen dat Monitus Holding de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van hem als bestuurder van Monitus Holding ter zake van de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege onbehoorlijke taakvervulling tijdens de aanstelling betaalt. 1.7 Bij brief van 15 augustus 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen en de onderzoeker in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van Molenaar. 1.8 Bij e-mail van 16 augustus 2019 heeft de onderzoeker, mr. Schaink, de Ondernemingskamer bericht dat hij geen bezwaar heeft tegen het verzoek van Molenaar. 1.9 Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 2 september 2019 heeft mr. Hennis namens [A] de Ondernemingskamer verzocht te bepalen dat de kosten van verweer van Molenaar tegen de aansprakelijkstelling (uiteindelijk) ten laste van [B] komen, eventueel onder door de Ondernemingskamer te bepalen voorwaarden. 1.10 Bij brief van 3 september 2019 heeft mr. Oskamp namens [B] verzocht de behandeling van het verzoek van Molenaar aan te houden en subsidiair het verzoek af te wijzen. 2De feiten 2.1 De Ondernemingskamer verwijst naar de feiten genoemd in haar beschikking van 25 september 2018. Deze feiten, voor zover thans van belang en aangevuld met gebeurtenissen nadien, komen op het volgende neer. 2.2 [B] en [A] hadden vanaf 1990 een affectieve relatie met elkaar. In 1998 hebben zij een samenlevingscontract gesloten. De samenleving is in september 2014 geëindigd. Uit hun relatie zijn twee kinderen geboren. 2.3 Monitus Holding staat aan het hoofd van het TMI-concern, waarvan [B] oprichter is en dat zich sinds 2001 richt op detachering in de zorgsector. Stak, waarvan [B] enig bestuurder is, houdt 90% van de aandelen in Monitus Holding en de overige 10% wordt gehouden door [A] . 2.4 Tussen (de advocaten van) [B] en [A] is vanaf november 2015 gecorrespondeerd over de afwikkeling van hun samenleving, met name over de verdeling van de onroerende zaken die gemeenschappelijk eigendom zijn, de kinderalimentatie, de afwikkeling van de arbeidsrechtelijke verhouding tussen [A] en Monitus Holding en de aandelen die [A] houdt in Monitus Holding. Die correspondentie is uitgemond in verschillende versies van een concept-vaststellingsovereenkomst. 2.5 Bij vonnis in kort geding van 2 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam voorshands geoordeeld dat op hoofdlijnen overeenstemming is bereikt over de afwikkeling van de samenleving en op vordering van [B] en Monitus Holding (beide vertegenwoordigd door mr. Oskamp) [A] op straffe van een dwangsom veroordeeld tot medewerking aan de fiscale optimalisatie zoals tussen partijen overeengekomen op 9 mei 2018 door, met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, binnen drie weken na betekening van het vonnis een schriftelijk voorstel te doen ter uitwerking van de op hoofdlijnen bereikte overeenstemming. Dit vonnis is bekrachtigd door het hof Amsterdam bij arrest van 12 maart 2019. 2.6 Er zijn thans twee gevoegde bodemprocedures aanhangig: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.