beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.243.448/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 16 september 2019 inzake 1 [A] , wonende te [....] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , VERZOEKERS, advocaat: mr. G.T.J. Hoff, kantoorhoudende te Haarlem, t e g e n 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C], gevestigd te [....] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [D], gevestigd te [....] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [E], gevestigd te [....] , 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [F] , gevestigd te [....] , VERWEERSTERS, advocaat: mr. A.G. Moeijes, kantoorhoudende te Velsen-Zuid, e n t e g e n 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [G] , gevestigd te [....] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [H] , gevestigd te [....] , 3. [I], wonende te [....] , 4. [J] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. A.G. Moeijes, kantoorhoudende te Velsen-Zuid. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: - verzoeker sub 1 met [A] ; - verzoekster sub 2 met [B] ; - verzoekers gezamenlijk met [B] c.s.; - verweerster sub 1 met Verenigde Bedrijven; - verweerster sub 2 met [D] ; - verweerster sub 3 met [E] ; - verweerster sub 4 met [F] ; - verweersters gezamenlijk met de Vennootschappen; - belanghebbende sub 1 met [G] ; - belanghebbende sub 2 met [H] ; - belanghebbende sub 3 met [I] ; - belanghebbende sub 4 met [J] ; - belanghebbenden gezamenlijk met [G] c.s. 1.2 [B] c.s. hebben bij op 27 juli 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschappen over de periode vanaf 1 januari 2012. Daarbij hebben zij tevens verzocht - zakelijk weergegeven - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding [I] te schorsen als bestuurder van [E] en [F] en [G] te schorsen als bestuurder van Verenigde Bedrijven en [D] en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van de Vennootschappen, het stemrecht in de algemene vergaderingen van [E] en Verenigde Bedrijven te schorsen op alle door [G] in Verenigde Bedrijven gehouden aandelen en op alle door [I] in [E] gehouden aandelen, dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht alsmede om de Vennootschappen te veroordelen in de kosten van het geding. 1.3 De Vennootschappen en [G] c.s. hebben bij op 19 september 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en [B] c.s. te veroordelen in de kosten van het geding. 1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 oktober 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en wat mr. Hoff betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter terechtzitting is de procedure op verzoek van partijen aangehouden om mediation tussen hen te beproeven. De Ondernemingskamer heeft op verzoek van partijen een mediator aangewezen. 1.5 Bij e-mail van 5 maart 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan mr. Hoff en mr. Moeijes bericht dat de Ondernemingskamer van de mediator heeft begrepen dat de mediation is geëindigd en dat de Ondernemingskamer van partijen wil vernemen of ze een nadere aanhouding wensen, een beslissing op het verzoek willen, of geen verdere behandeling van en beslissing op het verzoek willen. Daarop heeft de Ondernemingskamer de volgende stukken ontvangen: een e-mail van mr. Moeijes (7 maart 2019), een e-mail van mr. Hoff (11 maart 2019), een brief van mr. Hoff (18 maart 2019), een brief van mr. Moeijes (20 maart 2019) een e-mail en brief van mr. Hoff (22 maart 2019). Gelet op de e-mail en de brief van mr. Hoff van 22 maart 2019 waarin mr. Hoff de Ondernemingskamer verzoekt om een beslissing op het verzoek te nemen, heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om een (antwoord) akte in te dienen. 1.6 Op 1 april 2019 hebben [B] c.s. respectievelijk de Vennootschappen en [G] c.s. een akte met producties ingediend. 1.7 Op 8 april 2019 hebben [B] c.s. respectievelijk de Vennootschappen en [G] c.s. een antwoordakte ingediend. 2De feiten 2.1 [I] , [J] en [A] zijn broers. Zij houden elk 33,3 % van de aandelen in [E] , die op haar beurt alle aandelen in [F] houdt. De houdstervennootschappen van [I] , [J] en [A] , te weten [G] , [H] en [B] , houden elk 33,3% van de aandelen in Verenigde Bedrijven, die op haar beurt alle aandelen in [D] houdt. 2.2 [G] , [H] en [B] zijn de drie bestuurders van Verenigde Bedrijven. [G] is enig bestuurder van [D] . [I] is enig bestuurder van [E] en van [F] . 2.3 Begin jaren ’90 hebben [A] , [J] en [I] lijfrenteovereenkomsten gesloten met [F] . 2.4 Op 19 december 2008 hebben [E] (vertegenwoordigd door [I] , [A] en [J] ) enerzijds en [G] anderzijds een managementovereenkomst met een looptijd van twee jaar en een managementvergoeding voor [G] van € 72.000 per jaar gesloten. In de managementovereenkomst staat dat in oktober 2010 tussen partijen overleg zal plaatsvinden omtrent verlenging van de overeenkomst en de hierbij behorende vergoeding en dat dit door de algemene vergadering van aandeelhouders moet worden goedgekeurd. 2.5 Op 6 oktober 2010 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [J] , [K] (verder: [K] ), fiscaal adviseur van de Vennootschappen, mr. Moeijes en [L] (verder: [L] ), de echtgenote van [A] , waren bij de vergadering aanwezig. [B] werd bij de vergadering middels een volmacht vertegenwoordigd door [L] . In de notulen staat onder meer: “ [A] en [L] willen snel ontvlechten, dat wil [I] ook, maar dat kan alleen als een deel van het onroerend goed wordt verkocht om daarmee een deel van de hypotheekschuld af te lossen, waarna de koppeling van schulden van verschillende B.V.’s waarschijnlijk kan worden verbroken.”(…) [K] geeft aan dat er enkele problemen zijn: - Alle panden zijn ondergezet voor de totale bankschuld, een zogenaamde paraplufinanciering. Opdelen van het bezit zal de zekerheidspositie van de bank verslechteren en is dus niet zomaar mogelijk. - Overdrachtsbelasting; - In de vennootschappen zitten ook lijfrente ed. Lijfrenteverplichtingen kunnen niet zomaar naar een andere B.V. worden overgebracht.” 2.6 Bij brief aan [E] van 18 oktober 2010 heeft [B] de in 2.4 genoemde managementovereenkomst tussen [E] en [G] opgezegd. 2.7 Op 25 februari 2011 heeft [J] aan [I] een algemene notariële volmacht verstrekt om, onder meer, “algemene en bijzondere vergaderingen van aandeelhouders, van leden, van bestuurders, van commissarissen en/of van andere functionarissen van enige rechtspersoon of andere instelling of organisatie bijeen te roepen, te houden, te (doen) leiden en te (doen) notuleren, daarin het woord te voeren en daarin stem uit te brengen” en “alle rechten, bevoegdheden en verplichtingen (op dezelfde wijze als die in deze akte zijn uiteengezet) die aan de volmachtgever als functionaris van een rechtspersoon, in welke functie en onder welke titel ook, zijn toegekend en opgelegd (mede) uit te oefenen en na te komen.” 2.8 Waardeverklaringen van 8 september 2011, opgesteld door [O] RMT/RT, vermelden onder andere dat de onderhandse verkoopwaarde van de bouwgrond aan de Kabeljauwstraat (ongenummerd) te IJmuiden vrij van huur en gebruik € 855.000, exclusief BTW bedraagt, dat de onderhandse verkoopwaarde van het bedrijfspand met grond aan de James Wattstraat 5 te IJmuiden vrij van huur en gebruik € 170.000 bedraagt, dat de onderhandse verkoopwaarde van de bedrijfsruimte met grond aan de Loggerstraat 100 te IJmuiden vrij van huur en gebruik € 1.025.000 bedraagt, dat de onderhandse verkoopwaarde van het appartement aan de Sparrenstraat 12 te IJmuiden € 75.000 bedraagt, en dat de onderhandse verkoopwaarde van de bedrijfsruimte met grond aan de Middenhavenstraat 7 te IJmuiden vrij van huur en gebruik € 800.000 bedraagt. 2.9 Bij brieven aan Verenigde Bedrijven van 24 oktober 2011 heeft [A] de door [B] gehouden aandelen in Verenigde Bedrijven en de door [A] gehouden aandelen in [E] ter overname aangeboden aan de overige aandeelhouders van Verenigde Bedrijven respectievelijk [E] en verzocht de aanbiedingen te agenderen voor de aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen op 26 oktober 2011. 2.10 Op de aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen van 26 oktober 2011 was [A] niet aanwezig; [B] c.s. lieten zich vertegenwoordigen door hun financieel adviseur [M] (verder: [M] ). Verder was [N] , adviseur van [A] , aanwezig. [H] c.s. lieten zich vertegenwoordigen door [I] . Verder waren [K] en mr. Moeijes aanwezig. In de vergadering is aan de orde gekomen dat [B] c.s. hun aandelen in Verenigde Bedrijven en [E] hebben aangeboden. In de notulen van de vergadering staat onder andere: “ [I] [ [I] , toevoeging Ondernemingskamer] geeft aan dat zijn management fee destijds was vastgesteld voor de periode van 2 jaar die liep tot 2010 en dat hij goedkeuring van de vergadering wil om dat te verlengen. [I] legt uit wat de werkzaamheden zoal zijn en dat het beheer van een deels leegstaande vastgoedportefeuille aanzienlijk meer tijd kost dan van verhuurd vastgoed. In stemming wordt gebracht het voorstel om de managementfee voor [I] te verlengen totdat het vastgoed is verkocht. MS [ [M] , toevoeging Ondernemingskamer] stemt tegen. [G] en [H] stemmen voor. Het voorstel is aangenomen.” Verder is in de vergadering gesproken over de verkoop van het vastgoed. [I] heeft uitgelegd wat er is gedaan om het vastgoed te verkopen en dat er nauwelijks vraag en veel aanbod is. De aandeelhoudersvergadering heeft daarop ingestemd met verkoop van al het vastgoed voor tenminste € 4 miljoen. 2.11 Op 7 maart 2012 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [A] , [K] , mr. Moeijes, [N] en [M] waren bij de vergadering aanwezig. [H] c.s. lieten zich vertegenwoordigen door [I] . Tijdens de vergadering is nogmaals aan de aandeelhouders het voorstel voorgelegd om de managementvergoeding met betrekking tot de werkzaamheden zoals die voor [E] en [D] door [I] worden verricht vast te stellen op € 36.000 per vennootschap. In de notulen van de vergadering staat onder andere: “De managementfee terzake de werkzaamheden zoals die voor de vennootschappen worden verricht door de heer [G] is eerder vastgesteld op € 36.000 te betalen door [E] en € 36.000 te betalen door [D] Deze vergoeding gold tot 2011. In de vorige vergadering is al besloten om deze regeling te verlengen totdat het vastgoed is verkocht, maar omdat dit punt niet was geagendeerd was er twijfel over of een rechtsgeldig besluit is genomen. Vandaar dat thans nogmaals aan de aandeelhouders de beslissing voor ligt om deze managementvergoeding te accorderen. (…) Het voorstel wordt in stemming gebracht. [ [I] ] en [ [J] ] stemmen voor, [ [A] ] stemt tegen. Het voorstel is aangenomen.” Verder is door [I] gesproken over de verkoop van het vastgoed. In de notulen staat hierover onder meer: “De kans dat er een koper wordt gevonden voor alles, zelfs aanzienlijk beneden de getaxeerde waarde, is dus heel klein. [ [M] ] vraagt of het niet mogelijk is om de panden één voor één te verkopen. [ [I] ] wijst er op dat het punt is dat de meest courante panden de panden zijn die huur genereren. Als die panden worden verkocht blijven de incourante panden zonder huur achter wat problemen met de financiering en kosten zal veroorzaken. Alle panden staan te koop en te huur. (…) [ [M] ] stelt voor dat enkele panden worden verkocht, daarmee [ [A] ] uitkopen zodat die kan uitstappen. [ [I] ] wijst er op dat alle panden zijn verbonden in een paraplufinanciering en dat bij verkoop van enkele panden eerst de bank moet worden afgelost. (...) [ [M] ] geeft aan dat de crisis uitzitten voor [ [A] ] geen optie is. Het betalen van geld voor de vennootschappen ook niet.” [I] heeft er voorts op gewezen dat er een liquiditeitstekort van ruim € 8.000 per maand is en dat de onderhoudstoestand van de panden slecht is. Hij heeft de aandeelhouders gevraagd of die bereid zijn geld te verstrekken. Daarop heeft [M] namens [A] verklaard dat [A] dat niet gaat doet. Tot slot is gesproken over de aanbieding van [B] c.s. van hun aandelen aan de andere aandeelhouders voor een bedrag van € 216.500 mits de uitkeringsaanspraken van [A] extern worden afgestort. [I] heeft daarop laten weten dat de aanbieding voor hem niet acceptabel is. De aanbieding van de aandelen heeft niet tot een transactie geleid. 2.12 Op 5 september 2012 heeft [D] de bouwgrond aan de Kabeljauwstraat (ongenummerd) te IJmuiden tegen koopprijs van € 762.500 aan een derde geleverd en heeft [E] het bedrijfspand aan de Loggerstraat te IJmuiden tegen een koopprijs van € 1.025.000 geleverd aan een derde. 2.13 Op 9 november 2012 heeft [D] in huurkoop het bedrijfspand met grond aan de James Wattstraat 5 te IJmuiden geleverd aan een derde voor een koopprijs van € 167.500, te betalen in 60 maandelijkse termijnen van € 363 en een slottermijn op 1 februari 2018 van € 145.720. Over het onafgeloste gedeelte van de koopprijs is een rente van 5,28% verschuldigd. 2.14 Op 30 november 2012 heeft [E] het gebouwencomplex met grond aan de Middenhavenstraat 7 te IJmuiden aan [P] (verder: [P] ), een vennootschap waarvan [I] enig aandeelhouder is, verkocht in huurkoop tegen een huurkoopprijs van € 800.000, af te lossen in 120 maandelijkse termijnen van € 1.733 en slottermijn op 1 december 2022 van € 592.040. Over het onafgeloste gedeelte van de koopprijs is een rente van 5,28% verschuldigd. 2.15 Op 30 oktober 2013 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [K] , [Q] (verder: [Q] ), accountant van de vennootschappen, en mr. Moeijes waren aanwezig. [A] was afwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . [I] heeft onder andere een toelichting over de (huur)verkopen van de onroerende zaken, waaronder huurverkoop van de Middenhavenstraat 7 te IJmuiden, verstrekt en gemeld dat de bankschuld deels is afgelost door verkoop van onroerende zaken en door reguliere aflossingen. Verder zijn de jaarrekeningen over 2012 van de Vennootschappen vastgesteld. 2.16 Op 17 september 2014 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [M] , [K] , [Q] en mr. Moeijes waren aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . [B] werd vertegenwoordigd door [M] . [M] heeft vragen gesteld over de huurkoopovereenkomsten en aan hem is inzage gegeven in een huurovereenkomst. Verder is gesproken over een belastingclaim van € 90.000 over de boekwinst bij verkoop van het vastgoed. In de notulen van de vergadering staat hierover: “De bank wil geen ruimte geven om deze claim te betalen. Maar dat betekent dat er op afzienbare termijn wel een liquiditeitsprobleem gaat ontstaan. De heer [I] geeft aan dat [J] niet kan betalen. Als het probleem moet worden opgelost betekent dit dat [I] en [A] ieder ca € 45.000,-- beschikbaar moeten stellen. De heer [M] zegt dat [A] geen geld beschikbaar stelt. (…) De heer [I] geeft aan dat hij het probleem niet alleen gaat oplossen.” Verder is het voorstel tot goedkeuring en vaststelling van de jaarrekeningen over 2013 van de Vennootschappen in stemming gebracht. De notulen vermelden daarover: “Namens [I] en [H] wordt vóór gestemd. De heer [M] geeft aan dat [A] niet vóór stemt.” 2.17 In augustus 2015 is het appartement aan de Sparrenstraat 12 te IJmuiden door [E] verkocht aan derden voor € 86.500. 2.18 Een taxatierapport van 12 oktober 2015, opgesteld door [R] , vermeldt dat de marktwaarde van het bedrijfspand aan de Dokweg 39 te IJmuiden leeg en vrij van huur per 31 augustus 2015 € 215.000 bedraagt. 2.19 Een taxatierapport van 19 oktober 2015, opgesteld door [O] RMT RT, vermeldt dat de marktwaarde van het bedrijfspand aan de Dokweg 39 te IJmuiden leeg en vrij van huur per 22 september 2015 € 235.000 bedraagt. 2.20 Op 14 december 2015 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [A] , [M] , [K] , [Q] en mr. Moeijes waren bij de vergadering aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . In de notulen van de vergadering staat onder meer: “Een van de panden Sparrenstraat is verkocht, de opbrengst van ca € 82.000,-- staat op een ING rekening in afwachting van een discussie over aanwending voor aflossing (eis ING) of aanwending voor andere verplichtingen (…) Op de Dokweg na is alles verhuurd. Op vragen van de heer [M] wordt aangegeven dat het pand Dokweg in de verkoop staat bij 2 makelaars. Er is geen sprake van actieve verkoop vanwege de daaraan verbonden kosten. [I] geeft aan open te staan voor voorstellen om tot snelle verkoop te komen. Maar de markt van commercieel vastgoed in IJmuiden is nog steeds erg slecht.” [I] heeft verder voorgesteld om tot een aanpassing van de lijfrenteovereenkomsten te komen opdat de ingangsdatum van de lijfrente kan worden uitgesteld tot de leeftijd van 65 jaar. [A] heeft daarop medegedeeld daar niet mee in te stemmen. [I] heeft laten weten dat zijn managementvergoeding per 1 januari 2015 is teruggebracht tot “2x € 500 per maand”. Om op korte termijn liquiditeit te krijgen om aan verplichtingen te kunnen voldoen is het voorstel om de Dokweg 39 te IJmuiden in huurkoop te verkopen aan een vennootschap van [I] in stemming gebracht. De notulen vermelden daarover: “Huurverkoop Dokweg 39 Er is op korte termijn liquiditeit nodig om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Nu het niet lukt de Dokweg verhuurd of verkocht te krijgen, is het voorstel om dit pand in huurverkoop te verkopen aan een vennootschap van de heer [I] . De heer [I] geeft aan dat hij dat liever niet doet, omdat de koper de overdrachtsbelasting moet betalen en ruim 5% rente, terwijl er geen inkomsten zijn. Maar er zal iets gedaan moeten worden gedaan om liquiditeit te krijgen. De heer [M] vraagt naar de financiële condities. Die zijn gelijk als bij eerdere transacties, dus tegen taxatiewaarde en een rente van 5,2 % . Het voorstel wordt in stemming gebracht. [I] stemt mede namens [J] voor. [A] stemt tegen. Het voorstel wordt aanvaard, er is goedkeuring het pand Dokweg 29 in huurverkoop te doen.” 2.21 Op 11 januari 2016 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [K] , [Q] en mr. Moeijes waren aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . [A] was afwezig. In de vergadering is aan de orde gekomen dat [A] niet wil meewerken aan een uitstel van de ingangsdatum van de lijfrente-uitkeringen en dat hierdoor per 1 januari 2016 aan [I] een lijfrente-uitkering moet worden gedaan aangezien [I] 60 jaar is. De notulen vermelden ter zake het voorstel tot goedkeuring en vaststelling van de jaarrekeningen over 2014 van de Vennootschappen onder andere: “Dit voorstel wordt in stemming gebracht. Alle aanwezige aandeelhouders stemmen vóór zodat dit voorstel is aanvaard.” 2.22 Op 9 maart 2016 is door [E] de onroerende zaak aan de Dokweg 39 te IJmuiden in huurkoop verkocht aan [P] , tegen een koopprijs van € 225.000 te betalen in 60 maandelijkse termijnen van € 2.000 en een slottermijn op 1 januari 2021 van € 156.456. Over het onafgeloste gedeelte van de koopprijs is een rente van 5,28% verschuldigd. 2.23 Op 23 augustus 2016 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [A] , [K] , [Q] , [M] , en mr. Moeijes waren bij de vergadering aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . In de vergadering is aan de orde gekomen dat aan [A] toegang tot de administratie wordt aangeboden, desgewenst samen met een registeraccountant. De jaarrekeningen over 2015 van de Vennootschappen worden door de aandeelhoudersvergadering goedgekeurd en vastgesteld. [A] heeft zonder toelichting tegen vaststelling van de jaarrekeningen gestemd. In de notulen staat onder meer: “Nu de jaarrekeningen zijn vastgesteld kan de aangifte vennootschapsbelasting worden gedaan en valt spoedig een belastingaanslag te verwachten van circa € 80.000 hoofdzakelijk vanwege de boekwinst op een verkocht pand waarvan de opbrengst moest worden afgelost aan hypotheekhouder ING. Dat geld is er niet. De heer [I] geeft aan dat huurverkoop van dit pand een mogelijkheid is om liquide middelen te verkrijgen, tenzij de aanwezigen alternatieven kunnen aandragen. De heer [M] geeft aan dat er tegoeden aanwezig zijn zoals opgenomen in de jaarrekening. De heer [G] wijst er op dat dit geld op een geblokkeerde rekening stond en moest worden afgelost aan de ING bank. Hij heeft geprobeerd om dit te voorkomen maar dat is niet gelukt. Als er geen alternatieven worden aangedragen wordt in elk geval toestemming verzocht om de Industriestraat 35 te verkopen in de vorm van huurkoop.” Het voorstel is aangenomen. [A] heeft tegen het voorstel gestemd. 2.24 Op 7 december 2016 heeft een aandeelhoudersvergadering van [D] en [E] plaatsgevonden. [I] , [A] , [K] , [Q] , [M] , en mr. Moeijes waren bij de vergadering aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . In verband met de financiële positie van [D] en [E] lag ter besluitvorming onder meer voor het besluit tot het wijzigen van de statuten om cumulatief preferente aandelen en prioriteitsaandelen mogelijk te maken en het besluit om op eerste verzoek van de houders van cumulatief preferente aandelen eventueel prioriteitsaandelen uit te geven aan de houders van cumulatief preferente aandelen als zij cumulatief preferente aandelen houden. Beide voorstellen zijn in stemming gebracht. [G] c.s. hebben voorgestemd, mede namens [H] c.s. [B] c.s. hebben tegengestemd. 2.25 Een taxatierapport van 23 januari 2017, opgesteld door [R] , vermeldt onder andere dat de marktwaarde van het pand aan de Industriestraat 35 te IJmuiden per 28 december 2016 € 145.000 bedraagt. 2.26 Medio 2017 heeft [P] alle huurkooptermijnen uit de in 2.14 en 2.22 genoemde huurkoopovereenkomsten vervroegd betaald aan [E] respectievelijk [D] en is als gevolg waarvan ook de juridische eigendom van de huurkooppanden is overgegaan naar [P] . 2.27 Op 18 augustus 2017 heeft de levering door [D] van het pand aan de Industriestraat 35 te IJmuiden aan [P] tegen een koopprijs van € 125.000 plaatsgevonden. 2.28 Op 4 december 2017 heeft [I] een concept statutenwijziging van [E] aan [A] gestuurd. 2.29 Op 18 december 2017 heeft mr. Hoff namens [B] c.s. een bezwarenbrief met klachten over de managementvergoedingen, de huurkooptransacties, de door [J] verstrekte volmacht, tegenstrijdig belang, de lijfrentes, diverse posten in de jaarrekeningen en de op handen zijnde statutenwijziging aan Verenigde Bedrijven, [E] en [D] gezonden. 2.30 Op 19 december 2017 heeft een aandeelhoudersvergadering van de Vennootschappen plaatsgevonden. [I] , [A] , mr. Hoff, [K] , [Q] en mr. Moeijes waren aanwezig. [H] c.s. werden vertegenwoordigd door [I] . In de vergadering is gesproken over de jaarrekeningen over 2016 van de Vennootschappen. In de notulen staat daarover vermeld: “Mr. Hoff geeft aan dat de kostprijs van de omzet nogal verschilt en wil daar een verklaring voor. Mr. Hoff geeft aan dat er de nodige vastgoedtransacties zijn geweest en hij wil, in zijn woorden, het naadje van de kous hiervan weten.(…) Mr. Hoff geeft aan dat hij van mening is dat de volmacht gegeven door [J] ongeldig is zodat namens hem geen rechtsgeldige stem kan worden uitgebracht. Mr. Hoff geeft aan dat [A] tegen vaststelling van de jaarrekeningen stemt.” Vervolgens is de vergadering geschorst en niet meer hervat. 2.31 Bij brief van 22 januari 2018 heeft [J] , ook namens [H] , aan [I] onder andere geschreven: “Jij gaf aan dat [A] op de laatste aandeelhoudersvergadering met een advocaat betwijfelt heeft of jij wel door mij gemachtigd bent geweest. Daarom bevestig ik jou dat de notariële volmacht van 25 februari 2011 nog steeds geldig is. En dat jij mij als aandeelhouder en bestuurder steeds hebt vertegenwoordigd bij het nemen van beslissingen. Ik ben het ook eens met de besluiten die zijn genomen in de vergaderingen en met de verkoop van de panden aan jouw bedrijven tegen taxatiewaarde. En ik ben het eens met de managementbetalingen omdat jij steeds al het werk hebt gedaan.” 2.32 Bij brief met bijlagen van 31 januari 2018 hebben [G] en [I] gereageerd op de brief bedoeld in r.o 2.29. In de brief wordt ingegaan op de verwijten van [B] c.s. ter zake de managementvergoedingen, de huurkooptransacties, de besluitvorming, de lijfrentes, en de jaarrekeningen. In de brief staat onder meer dat [M] geen gebruik heeft gemaakt van de uitnodiging om de boekhouding (op factuurniveau) in te zien, dat de bankschuld in februari 2018 volledig zal zijn afgelost en dat de acute financiële problemen voor de korte termijn zijn opgelost doordat de huurkoop eerder is afgelost en het pand aan de Industriestraat is verkocht, maar dat er panden verkocht zullen moeten worden om op termijn aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. In de brief staat in dat verband dat er drie mogelijkheden zijn om verder te gaan, te weten de resterende panden verkopen en de opbrengst in de vennootschap houden ter voldoening van de lijfrente verplichtingen, de resterende panden verkopen en de vennootschappen splitsen, of de panden verdelen. Aan de brief zijn diverse bijlagen gehecht, waaronder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.