GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.233.537/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/617166/ HA ZA 16-1058 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2019 inzake 1METROPROP B.V., gevestigd te Amsterdam,
- STICHTING TOT BEHOUD VAN DE MONUMENTEN LAURENTIUS EN PETRONELLA, gevestigd te Amsterdam, appellanten, advocaat: mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam, tegen 1GEMEENTE HEERLEN, zetelend te Heerlen,
- UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerden, advocaat geïntimeerde sub 1: mr. J.B.C. Tummers te Maastricht, advocaat geïntimeerde sub 2: mr. M.A. van der Veer te Amsterdam. Partijen worden hierna weer Metroprop, de stichting (gezamenlijk ook: Metroprop c.s.), de gemeente en het UWV(gezamenlijk ook: de gemeente c.s.) genoemd. 1Het geding in hoger beroep Het hof heeft in deze zaak op 11 juni 2019 een eindarrest uitgesproken. Nadien heeft het hof bemerkt dat het dictum van dit arrest een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv bevat, die zich leent voor eenvoudig (ambtshalve) herstel. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over ’s hofs voornemen tot ambtshalve herstel. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt. 2Beoordeling 2.1 In het dictum van het in deze zaak gewezen arrest van 11 juni 2019 heeft het hof onder meer als volgt beslist: veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 1.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan; 2.2 Het hiervoor geciteerde onderdeel van het dictum bevat een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv, namelijk in de vermelding van de begrote kosten aan de zijde van het UWV waarin Metroprop c.s. hoofdelijk is veroordeeld. Het dictum noemt hier een bedrag van € 1.148,00 voor salaris terwijl dit € 2.148,00 voor salaris had moeten zijn (hetzelfde bedrag als voor de andere geïntimeerde). 2.3 Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel, waartoe het hof dan ook zal overgaan. 3Beslissing Het hof: verbetert het dictum van het in deze zaak op 11 juni 2019 uitgesproken arrest aldus dat de alinea die in het dictum volgt na “bekrachtigt het vonnis waarvan beroep” als volgt komt te luiden: veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan; stelt de verbetering op de minuut van dat arrest. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, R.J.M. Smit en C.A.H.M. ten Dam en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.