afdeling strafrecht parketnummer: 23-004097-18 datum uitspraak: 24 oktober 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-172213-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.zij op of omstreeks 5 juni 2018 te Haarlem, in elk geval in Nederland, levenswaren, waaronder kalkoendijk shoarma, aardbeien en/of witte druiven, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2.zij op of omstreeks 5 juni 2018 te Haarlem, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en/of ongeveer 1,76 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof komt tot een iets andere bewezenverklaring. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.zij op 5 juni 2018 te Haarlem, levenswaren, waaronder kalkoendij shoarma, aardbeien en witte druiven, die aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2.zij op 5 juni 2018 te Haarlem, opzettelijk aanwezig heeft gehad 1,08 gram van een materiaal bevattende amfetamine en 1,76 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: diefstal. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman van de verdachte heeft verzocht aan de verdachte – gelet op haar persoonlijke omstandigheden – een voorwaardelijke straf op te leggen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Daarmee heeft zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten die schade en hinder toebrengen aan de gedupeerden. In het nadeel van de verdachte houdt het hof er rekening mee dat zij, zoals blijkt uit een haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 september 2019, reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van (winkel)diefstal. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt het opzettelijk aanwezig hebben van 1,76 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 1,08 gram van een materiaal bevattende amfetamine. Dit zijn voor de gezondheid van personen die deze gebruiken zeer schadelijke stoffen. Daarnaast heeft drugsgebruik een negatieve uitwerking op de samenleving niet alleen omdat daarmee veelal vermogenscriminaliteit gepaard gaat teneinde in de behoefte aan verdovende middelen te kunnen voorzien, maar ook omdat het in velerlei opzicht leidt tot ontwrichting van de samenleving. Anders dan de raadsman heeft bepleit is het hof gelet op de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte van oordeel dat een geheel voorwaardelijke straf niet aan de orde kan zijn. Slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf doet recht aan de ernst van de feiten. Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2019. mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.