beschikking _____________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM VOORZITTER VAN DE ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.172.375/06 OK beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 31 oktober 2019 inzake: de rechtspersoon naar het recht van Delaware, Verenigde Staten CORPORATION PETERS INC, gevestigd te Delaware, Verenigde Staten, VERZOEKSTER, advocaat: mr. J.A. Meijer, kantoorhoudende te Den Haag, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEADERLAND TTM B.V., 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEADERLAND TTM I B.V., 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEADERLAND TTM II B.V., 4. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEADERLAND TTM III B.V., alle gevestigd te Hilversum, 5. mr. Richard LE GRAND, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van verweersters sub 1 tot en met 4, kantoorhoudende te Rotterdam, VERWEERDERS, advocaten: mrs. M.W.E. Evers en mr. I.J.A. Tax, kantoorhoudende respectievelijk te Amsterdam en te Rotterdam, e n t e g e n 1 [A] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. J.A. Zee, kantoorhoudende te Amsterdam, 2 [B] , wonende te [....] , 3. [C], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. J.A. Meijer, kantoorhoudende te Den Haag. 1Het verloop van het geding 1.1 Partijen en andere (rechts)personen zullen hierna (ook) als volgt worden aangeduid: verzoeker als Peters Inc.; verweersters 1 tot en met 4 gezamenlijk als Leaderland c.s.; verweerder sub 5 als de vereffenaar; belanghebbende 1 als [A] ; belanghebbende 2 als [B] ; belanghebbende 3 als [C] 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de voorzitter van de Ondernemingskamer naar de in deze zaak gegeven beschikkingen van de Ondernemingskamer van 18 maart 2014, 11 juli 2014, 24 juli 2014, 5 december 2014, 15 december 2014, 3 februari 2015, 28 april 2015, 29 mei 2015, 5 juni 2015, 22 juli 2015, 5 oktober 2015, 26 oktober 2015, 17 februari 2016, 22 april 2016, 31 maart 2017, 9 november 2017, 17 september 2018 en 27 mei 2019, alsmede naar de beschikkingen van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 29 mei 2015, 15 juni 2015, 26 oktober 2015 en 9 juli 2019 en naar de beschikkingen van de raadsheer-commissaris van 14 januari 2015 en 25 maart 2015. 1.3 Bij haar beschikking van 18 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer onder meer en voor zover hier van belang: - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012; - mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en drs. N. van der Noll te Oosthuizen (hierna ook aan te duiden als de onderzoekers) benoemd tot onderzoekers. 1.4 Het verslag van het door de onderzoekers verrichte onderzoek met bijlagen (hierna het onderzoeksverslag te noemen) is op 28 april 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de op die dag gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer onder meer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 1.5 Bij de beschikking van 29 mei 2015 heeft de Ondernemingskamer, onder meer, het verzoek van [A] om te bepalen dat het onderzoeksverslag voor een ieder ter inzage ligt, afgewezen. 1.6 Bij de beschikking van 15 juni 2015 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer [A] gemachtigd om mededelingen uit het onderzoeksverslag te doen in het kader van de in die beschikking vermelde procedures aan de aldaar genoemde derden. 1.7 Bij de beschikking van 26 oktober 2015 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer [A] gemachtigd om mededelingen uit het onderzoeksverslag te doen in het kader van de in die beschikking vermelde procedures aan de aldaar genoemde derden. 1.8 Bij de beschikking van 9 november 2017 heeft de Ondernemingskamer Leaderland c.s. ontbonden, met ingang van de datum waarop die ontbindingsbeschikking in kracht van gewijsde gaat, maar niet eerder dan per 1 januari 2018. Bij beschikking van 17 september 2018 heeft de Ondernemingskamer mr. Le Grand aangewezen als vereffenaar als bedoeld in de beschikking van 9 november 2017 1.9 Bij de beschikking van 9 juli 2019 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer [B] , [C] en [A] gemachtigd om mededelingen uit het onderzoeksverslag te doen in het kader van de in die beschikking vermelde procedures aan de aldaar genoemde derden. 1.10 Peters Inc. heeft bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 18 september 2019 Peters Inc., de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht te bepalen dat zij belanghebbende is bij inzage in het gehele onderzoeksverslag dat is opgesteld naar de Leaderland(vennootschappen) en aan haar een machtiging te verlenen om in de op te starten procedures tegen de Leaderland vennootschappen en de vereffenaar het gehele onderzoeksverslag te mogen overleggen en daaruit mededelingen te mogen doen. Voor zover het verslag niet in de procedures ingebracht mag worden, heeft Peters Inc. aan de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht om daarover enkel mededelingen te mogen doen. 1.11 Bij brief van 19 september 2019 heeft mr. Meijer namens Peters Inc. een wrakingsverzoek ingediend. 1.12 Bij verweerschrift tevens inhoudende een zelfstandig verzoek tot machtiging van 26 september 2019 hebben mr. Evers en mr. Tax naar voren gebracht dat Leaderland c.s. en de vereffenaar geen bezwaar hebben tegen de door Peters Inc. verzochte machtiging. Leaderland c.s. en de vereffenaar verzoeken om aan een eventuele toewijzing van het machtigingsverzoek wel de voorwaarde te verbinden dat de machtiging uitsluitend wordt gebruikt ter toelichting en/of (ondersteuning van) bewijs van hun stellingen in de door Peters Inc. aangekondigde procedure tot ontheffing van de vereffenaar. Bij wege van zelfstandig verzoek heeft de vereffenaar de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht aan hem machtiging te verlenen om in de door Peters Inc. aangekondigde procedure mededelingen te doen uit het bedoelde onderzoeksverslag en dit verslag in die procedure als productie over te leggen. 1.13 Bij beslissing van 8 oktober 2019 heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag Peters Inc. niet ontvankelijk verklaard in haar in 1.11 genoemde wrakingsverzoek. 1.14 Op 14 oktober 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen verzocht zich uit te laten over de verzoeken bedoeld onder 1.10 en 1.12. 1.15 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 21 oktober 2019, hebben [C] en [B] naar voren gebracht dat zij geen bezwaar hebben tegen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.