afdeling strafrecht parketnummer: 23-001603-19 datum uitspraak: 8 november 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-057796-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober
- Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] - eenmaal of meerdere malen te duwen en/of - met de (beide) vuist(en) in/tegen de buik en/of ribben te slaan en/of te stompen en/of - voornoemde [slachtoffer] bij de kraag van de jas vast te pakken en haar (langdurig) rond te slingeren en/of - voornoemde [slachtoffer] bij de arm te pakken en/of haar op de grond te gooien; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing omtrent de bewijsvraag komt dan de politierechter. Vordering van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Gelet op de verklaring die de verdachte heeft afgelegd op de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de aangeefster heeft mishandeld. Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof dan ook van oordeel dat niet bewezen is hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 491,
- De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. Het hof acht het feit dat aan verdachte is ten laste gelegd, niet bewezen. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. M.L.M. van der Voet en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 november
- mr. A.C. Huisman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]