afdeling strafrecht parketnummer: 23-003982-18 datum uitspraak: 25 november 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 81-097027-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof zal reageren op het in hoger beroep gevoerde verweer dat de verdachte een beroep toekomt op afwezigheid van alle schuld. Beroep op “afwezigheid van alle schuld” De raadsvrouw heeft – kort weergegeven – betoogd dat de verdachte alles heeft gedaan om het automatisch identificatiesysteem (hierna: AIS) operationeel te houden, zodat hem een beroep op afwezigheid van alle schuld (AVAS) toekomt. Het hof begrijpt dit verweer zo dat de verdediging zich op het standpunt stelt dat een geslaagd beroep op AVAS ertoe dient te leiden dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof overweegt als volgt. Op 7 januari 2017 heeft de kustwacht geconstateerd dat het schip van de verdachte, dat zich op de Noordzee bevond, geen AIS signaal afgaf. Uit zijn verklaring blijkt dat de verdachte een dag eerder, op 6 januari 2017, wist dat het systeem niet naar behoren functioneerde. De verdachte heeft toen de keuze gemaakt op zee te blijven en niet terug te keren naar de haven om het systeem te laten controleren. Daarom is het hof van oordeel dat hij er niet alles aan heeft gedaan om het AIS operationeel te houden, zodat het beroep op AVAS niet slaagt. Dat hij – volgens de raadsvrouw – op 6 januari 2017 het systeem heeft gereset, maakt dit niet anders. Niet is gebleken dat gecontroleerd en vastgesteld is dat het AIS – na gereset te zijn - naar behoren functioneerde. De verdachte mocht er niet op vertrouwen dat het enkele resetten voldoende zou zijn. Oplegging van straf De economische politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.