afdeling strafrecht parketnummer: 23-001498-18 datum uitspraak: 18 januari 2019 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-023902-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, adres: [adres]. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 en 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat: 2:hij op of omstreeks 5 augustus 2017 te Amstelveen, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "vandaag of morgen wacht ik hem op, hij zal nooit meer kunnen werken, ik duw de Sony Xperia via zijn reet naar binnen en zijn keel naar buiten, dat is een belofte", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4:hij op of omstreeks 19 november 2017 te Amstelveen, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend (middels een sms bericht) de woorden toe te voegen "en [slachtoffer] moet oprotten met ze sms, anders sla ik hem dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 2:hij op 5 augustus 2017 te Amstelveen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "vandaag of morgen wacht ik hem op, hij zal nooit meer kunnen werken, ik duw de Sony Xperia via zijn reet naar binnen en zijn keel naar buiten, dat is een belofte";4:hij op 19 november 2017 te Amstelveen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend (middels een sms bericht) de woorden toe te voegen "en [slachtoffer] moet oprotten met ze sms, anders sla ik hem dood". Hetgeen onder 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 2 en 4 bewezen verklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken en - kort gezegd - een contactverbod voor de duur van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsman heeft verzocht een taakstraf op te leggen en heeft zich ten aanzien van de duur daarvan gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich tijdens een al langer lopend conflict tweemaal schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door bedreigende woorden jegens het slachtoffer te uiten. Door zijn handelen heeft de verdachte bij het slachtoffer gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 december 2018 is hij voorafgaand aan de onderhavige feiten ter zake van misdrijven onherroepelijk veroordeeld en is hij sinds onderhavig feit eveneens onherroepelijk veroordeeld ter zake van een eerdere bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, hetgeen in zijn nadeel weegt. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte een positieve wending heeft gegeven aan zijn leven. Zo werkt de verdachte sinds twee maanden via een uitzendbureau als stratenmaker en als metselaar en heeft hij een opstap naar een vaste baan. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zich graag wil bewijzen op zijn werk en streeft naar een vaste baan. Met de raadsman acht het hof het in het belang van de verdachte én van de samenleving dat deze positief te waarderen lijn wordt doorgetrokken. Hernieuwde vrijheidsbeneming zal deze positieve ontwikkelingen doorkruisen. Daarom zal het hof, anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, aan de verdachte in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw terug te vallen in dreigementen. De verdachte dient zich te realiseren dat hem hiermee een laatste kans wordt geboden om te laten zien dat hij zijn leven heeft gebeterd. Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal ziet het hof, gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, geen aanleiding om daarnaast een contactverbod op te leggen. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 888,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.