GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.249.661/01 zaak- / rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/639816 / HA ZA 17-1262 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 december 2019 inzake SPUIVESTE HOLDING B.V., gevestigd te Haarlem, appellante, advocaat: mr. J.N.M. van Trigt te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. J.M. de Bruin te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna Spuiveste en [geïntimeerde] genoemd. Spuiveste is bij dagvaarding van 31 oktober 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2018, onder bovenvermeld zaak- / rolnummer gewezen tussen Spuiveste als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. [geïntimeerde] heeft een anticipatie-exploot uitgebracht. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met producties; - memorie van antwoord, tevens houdende uitlating eiswijziging en vordering in reconventie, met producties. Ten slotte is arrest gevraagd. Spuiveste heeft, na eiswijziging in hoger beroep, geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - de koopovereenkomst tussen Spuiveste en [geïntimeerde] met betrekking tot de onroerende zaken, staande en gelegen te Amsterdam aan de Trompenburgstraat 41 en 43, zal ontbinden althans ontbonden zal verklaren en [geïntimeerde] zal veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van die ontbinding ter hoogte van € 392.828,00, althans een bedrag nader op te maken bij staat, met wettelijke handelsrente dan wel rente, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, daaronder begrepen de kosten gemaakt wegens het treffen van conservatoire maatregelen. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Spuiveste en tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Spuiveste in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente. Daarnaast heeft [geïntimeerde] bij wijze van reconventionele vordering, samengevat, primair gevorderd dat het hof voor recht zal verklaren dat het ten laste van [geïntimeerde] gelegde conservatoir beslag tot levering op de registergoederen aan het adres [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] van rechtswege is komen te vervallen en, subsidiair, dat het hof voornoemd beslag zal opheffen, in beide gevallen met het gebod aan Spuiveste om dat beslag binnen twee dagen na betekening van het arrest door te (laten) halen in de openbare registers, bij gebreke waarvan [geïntimeerde] gemachtigd is dit zelf te (laten) doen en, in beide gevallen, met een verklaring voor recht dat voornoemd beslag onrechtmatig is gelegd en Spuiveste daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] , met veroordeling van Spuiveste tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 2Feiten De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.14 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.1 [geïntimeerde] heeft in 1989 een pand aan de [adres 7] gekocht, bestaande uit drie woningen (nummer [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] ), waarvan twee verhuurd. [geïntimeerde] verhuurt sedertdien de woningen op [adres 1] en [adres 2] aan de huurders die er reeds woonden en thans nog steeds wonen. [geïntimeerde] is zelf de woning op nummer [adres 3] gaan bewonen. In 1992 heeft [geïntimeerde] ook het naastgelegen pand (nummer [adres 8] ) gekocht. [geïntimeerde] is vervolgens zelf op nummer [adres 8] gaan wonen met zijn partner en jonge kinderen, en zijn zoon is op nummer [adres 3] gaan wonen. Inmiddels is de zoon verhuisd. De panden [adres 9] en [adres 8] (hierna: de panden) zijn tot op heden ongesplitst. 2.2 Spuiveste is een professionele vastgoedhandelaar. [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) zijn werkzaam voor Spuiveste. 2.3 Op 15 augustus 2017 heeft [B] zonder vooraankondiging een bezoek aan [geïntimeerde] gebracht. Hij heeft daarbij laten weten het pand nummer [adres 8] van [geïntimeerde] te willen kopen. Op 18 augustus 2017 heeft [B] per e-mail een bod van € 800.000,00 uitgebracht op dit pand. In deze e-mail staat, onder meer: Naar aanleiding van de rondleiding die ik van je heb gekregen aan de [naam straat] , wil ik graag een bod doen op [adres 8] (…) onder de volgende voorwaarden: Prijs: 800.000,- euro k.k. Staat van oplevering: leeg, ontruimd en geheel vrij van huur. Levering: leveringsdatum in overleg, kan snel, kan ook pas eind dit jaar of begin volgend jaar. Koopakte: ondertekenen koopakte kan op korte termijn, 10% waarborgsom. Geen financieringsvoorbehoud. Zoals je weet ben ik eventueel ook in de markt voor nummer [adres 9] , maar om het overzichtelijk en gescheiden te houden, lijkt het me verstandig om op deze manier te beginnen. 2.4 Op 16 oktober 2017 is [B] wederom onaangekondigd langsgekomen bij [geïntimeerde] . Hij heeft namens Spuiveste een bod gedaan op beide panden, nummers [adres 9] en [adres 8] . Later op de dag heeft hij aan [geïntimeerde] gemaild: Leuk je vanmorgen weer gezien te hebben. Zoals je weet ben ik erg gecharmeerd van je panden aan de [naam straat] , nummer [adres 7] en [adres 8] en heb ik er zin in om dit project op te pakken. Om een en ander concreet te maken, zou ik even wat punten op papier zetten en naar je mailen. Dan hebben we allebei meer houvast om op voort te borduren. Zoals besproken ligt de aankoopprijs van de twee panden op € 1.600.000,-- k.k. plus de kosten voor uitkoop. Er zitten momenteel nog twee aparte huurders op nummer [adres 7] begane grond en [adres 2] . Ik ben bereid € 50.000,- beschikbaar te stellen voor uitkoop en/of uitplaatsing. Hetgeen wij samen hopelijk tot een succesvol resultaat kunnen brengen. Ik heb nagedacht wat je nog als laatste tegen mij zei vanmorgen en daarom wil ik het volgende met je bespreken en afspreken, dat als het jou voor minder dan die € 50.000,-- lukt om het leeg te krijgen, het verschil voor jou is. Op het moment dat het leeg komt kunnen we op korte termijn de levering laten plaatsvinden. (…) 2.5 Op 23 oktober 2017 en op 24 oktober 2017 hebben partijen elkaar weer ontmoet. Bij een van deze ontmoetingen heeft Spuiveste diverse mogelijkheden aangeboden: een koopprijs van € 1.550.000,00 k.k. met beide huurders, een koopprijs van € 1.600.000,00 k.k. met één huurder of een koopprijs van € 1.650.000,00 k.k. zonder huurders. 2.6 Bij e-mail van 25 oktober 2017 heeft [geïntimeerde] aan zijn buurman, [C] geschreven dat hij overwoog om nr. [adres 8] te verkopen aan een ontwikkelaar en gevraagd of hij met deze laatste de woning van [C] mocht komen bezichtigen. Daarbij heeft hij geschreven: De deal is financieel namelijk op details na rond en wat dat betreft hoef ik hem niet over een drempel te helpen. 2.7 Op 26 oktober 2017 heeft [geïntimeerde] aan [B] geschreven: [B] , Dit is wat ik de huurder heb verteld. Om verwarring te voorkomen dit is niet het verslag wat jij en ik onderling zijn overeengekomen. Je ziet dat ik hier niet inzit als een vrijblijvende zaak en eindeloos gerekt kan worden maar gericht is op ASAP invulling zoals we samen zouden doen. 2.8 [geïntimeerde] heeft vervolgens met zijn huurders gesproken over een eventueel vertrek uit hun woningen. Op 3 november 2017 heeft hij aan een van hen geschreven: Als we het eens worden over het bedrag en je schriftelijk de huur opzegt kan ik per omgaande de helft overmaken en als ik het met de koper eens wordt over de datum leeg opleveren stort ik de andere helft. 2.9 Op 3 november 2017 09:42 uur heeft een notaris op verzoek van Spuiveste een concept koopovereenkomst (hierna: concept 1) gemaild aan [geïntimeerde] . Als ‘Verkochte’ zijn hierin vermeld het woonhuis met twee afzonderlijke bovenwoningen en grond, staande en gelegen te Amsterdam, aan de [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] en het woonhuis met een afzonderlijke bovenwoning en grond, staande en gelegen te Amsterdam aan de [adres 4] en [adres 6] . Als koopprijs is een bedrag van € 1.585.000,00 vermeld. Als leveringsdatum is opgenomen 2 april 2018. In artikel 15 van concept 1 staat onder meer: - Indien (een van) de huurovereenkomsten vóór de levering […] onvoorwaardelijk is beëindigd en leeg wordt opgeleverd per ………….. 2018 zal Koper per huurder (als extra koopsom) aan Verkoper een bedrag vergoeden ad € 10.000,00. - Indien (een van) de huurovereenkomsten vóór de levering […] onvoorwaardelijk is/zijn ontbonden vergoedt Koper aan huurder maximaal een bedrag ad € 22.500,00 per huurder als verhuisvergoeding; 2.10 Later die dag is [geïntimeerde] op afspraak op het kantoor van Spuiveste geweest en heeft [geïntimeerde] laten weten dat de huurster op de begane grond van nummer [adres 7] geen belangstelling had om te verhuizen maar dat de huurster op de eerste etage van nummer [adres 7] dat wel had. Hierop heeft Spuiveste een nieuw voorstel gedaan aan [geïntimeerde] , waarbij de koopprijs met € 10.000,= werd verhoogd tot € 1.595.000,=, een bonus werd afgesproken ingeval de huurster op de begane grond voor 1 juli 2018 zou verhuizen en de leveringsdatum werd vervroegd naar 29 december 2017. Nog later die dag, om 17.21 uur, heeft de notaris een tweede concept koopovereenkomst gestuurd naar partijen (hierna: concept 2). Hierin staat, onder vermelding van dezelfde objecten, als koopprijs opgenomen € 1.595.000,= en is als leveringsdatum genoemd 29 december 2017. Artikel 2, aanhef en onder j luidt als volgt: 1. Het Verkochte is voor wat betreft de woning [adres 1] en [adres 2] heden verhuurd voor respectievelijk € 4.560,00 en € 2.796,00 per jaar. Door huurders is/zijn de volgende waarborgsom(men) gestort: ……. 2. Voor het overige zal het Verkochte bij het ondertekenen van de Leveringsakte ontruimd zijn, geheel leeg en schoon en vrij van huren en andere gebruiksrechten en aanspraken wegens huurbescherming. Verder staat in artikel 15 onder meer: Indien de huurovereenkomst betreffende de begane grond vóór 1 juli 2018 onvoorwaardelijk is beëindigd en leeg wordt opgeleverd per uiterlijk laatstgemelde datum zal Koper alsdan onverwijld aan Verkoper een bedrag vergoeden ad € 10.000,00. 2.11 Tijdens een telefoongesprek met Spuiveste in de ochtend van 7 november 2017 heeft [geïntimeerde] gemeld dat, ingeval van een eventuele verkoop, in ieder geval een ouderdomsclausule en een “as is, where is” bepaling zou moeten worden opgenomen. Op diezelfde dag, om 12:02 uur, heeft [A] een e-mail naar de notaris gestuurd: Zo je nav overleg met de heer [geïntimeerde] (verkoper) het volgende willen aanpassen? Toevoegen: as is where is clausule Ouderdomsclausule Bij de uit te zoeken bedragen: p.m. Aangeven. (Zouden jullie dit tzt willen uitzoeken?) De borgsom zal de heer [geïntimeerde] zelf doorgeven. Verder is de koopakte akkoord. 2.12 Op 7 november 2017 om 12:46 uur heeft de notaris een derde concept koopovereenkomst naar partijen (hierna concept 3) gezonden. Hierin zijn de in 2.11 genoemde clausules opgenomen. Wat betreft het object, de koopprijs en de leveringsdatum luidt dit concept hetzelfde als concept 2. 2.13 Op 7 november 2017 hebben [geïntimeerde] , [B] en [A] elkaar in de middag ontmoet in een van de panden op de [naam straat] . Bij die ontmoeting is concept 3 bekeken, maar niet ondertekend. Er zijn foto’s gemaakt van het rijbewijs van [geïntimeerde] en van [geïntimeerde] en [B] met concept 3 aan de keukentafel. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt voor 9 november 2017. 2.14 Op 9 november 2017 hebben [geïntimeerde] , [B] en [A] elkaar gesproken op het kantoor van Spuiveste. Zonder medeweten van [geïntimeerde] heeft Spuiveste een groot gedeelte van dit gesprek opgenomen. 2.15 Op 13 november 2017 heeft Spuiveste conservatoir beslag gelegd op de panden. 2.16 Op 16 november 2017 heeft Spuiveste [geïntimeerde] schriftelijk gesommeerd om de koopovereenkomst te tekenen en aan Spuiveste te berichten dat hij medewerking zal verlenen aan de levering tegen ontvangst van de koopsom. Hieraan is geen gehoor gegeven. 2.17 Bij brief van 31 oktober 2018 heeft Spuiveste aan [geïntimeerde] geschreven dat [geïntimeerde] , aangezien hij niet heeft voldaan aan de sommatie van 16 november 2017, in verzuim is en dat Spuiveste de koopovereenkomst ontbindt en [geïntimeerde] aansprakelijk stelt voor de schade die daarvan het gevolg is en nog zal zijn. 3Beoordeling 3.1 In eerste aanleg heeft Spuiveste gevorderd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.