afdeling strafrecht parketnummer: 23-003797-18 (ontneming) datum uitspraak: 4 september 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2018 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15‑147864-18 tegen de veroordeelde [verdachte] , geboren te [geboortedatum] 1960, adres: [adres 1] . Procesgang Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 29.730,75. De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2018 veroordeeld ter zake van -kort gezegd- hennepteelt en diefstal van elektriciteit. Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 16 oktober 2018 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 29.730,75 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 26.611,91 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Op basis van het onherroepelijke strafvonnis staat vast dat de veroordeelde een hennepkwekerij heeft gehad ten behoeve waarvan hij over de periode 19 juli 2017 t/m 18 januari 2018 elektriciteit heeft afgetapt. Het is aannemelijk dat vanaf het moment van het aftappen van de elektriciteit (19 juli 2017) ook direct is begonnen met de hennepkwekerij, waardoor sprake is van minimaal één oogst. Voldoende is onderbouwd dat de veroordeelde tot op heden € 3.118,84 heeft afgelost op de vordering van Liander. Dat bedrag dient als kosten van het voordeelsbedrag van € 29.730,75 te worden afgetrokken, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel € 26.611,91 bedraagt. Volgens de verdediging zijn bij de opbouw en financiering van de hennepkwekerij anderen betrokken geweest. De veroordeelde heeft slechts hand- en spandiensten verricht. Daarnaast is geen sprake geweest van een eerdere oogst, nu de kwekerij pas na augustus 2017 is opgebouwd. Dit blijkt onder meer uit de feiten dat er pas in november 2017 een MMA-melding is binnengekomen over de hennepkwekerij, dat een buurman in januari 2018 heeft verklaard dat hij enkele maanden daarvoor had gezien dat zakken aarde de woning werden ingedragen, dat buren in november 2017 een briefje bij de veroordeelde in de bus hebben gedaan over een zoemend geluid en dat in de woning plantjes in verschillende groeistadia zijn aangetroffen. De indicatoren voor eerdere kweken zijn niet juist in het dossier weergegeven. De andere personen hebben materialen voor de hennepkwekerij neergezet die reeds bij een andere kwekerij zijn gebruikt, de materialen waaronder scharen zijn aanwezig geweest omdat kort na de inval geoogst zou worden, de vervuiling is te verklaren door de slechte hygiëne van de veroordeelde en niet duidelijk blijkt waarom de vervuiling van het filterdoek niet bij een nog niet voltooide oogst past. Tot slot heeft de veroordeelde inmiddels aan Liander een bedrag van € 3.118,84 betaald. Dit bedrag dient - subsidiair - als betaalde schade/kosten voor de diefstal van stroom van het wederrechtelijk verkregen voordeel te worden afgetrokken. Het hof verwerpt het door de verdediging gevoerde verweer dat anderen als medeplegers bij de hennepkwekerij betrokken zijn geweest op basis van de bewezenverklaring in de onderliggende strafzaak. Aantal oogsten Op 18 januari 2018 is op het adres [adres 1] te Heemskerk een hennepkwekerij aangetroffen. Het pand bevatte twee ruimtes (hierna 1e kweekruimte en 2e kweekruimte) die waren ingericht als hennepkwekerij. Het hof gaat er van uit dat in de hennepkwekerij voorafgaand aan de aangetroffen kweek één eerdere oogst is gerealiseerd. Dit volgt uit het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen op 12 februari 2018 ondertekend door [persoon] (hierna: het Rapport), de bevindingen die zijn beschreven in het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij en het proces-verbaal indicatoren eerdere oogsten. Aangetroffen indicatoren zijn onder meer: - stekblokjes met wortel- en steelresten van hennepplanten aangetroffen tussen de potgrond en hennepbladeren in de vuilniszakken; - schaartjes met resten van hennep en hennephars; - droognetten met daarin resten van hennepplanten en henneptoppen; - resten van hennephars aangetroffen op de deuren van de kweekruimtes en naastgelegen badkamer; - een canna cutter, vervuild met hennepresten; - vervuild filterdoek van de koolstoffilters; - een dikke laag stof op het deurkozijn en de toegangsdeur van de kweekruimtes; - lege jerrycans met groeimiddelen; - een fles zonnebloemolie; - verdroogde resten van hennepplanten op de vloer van de kweekruimte en in een emmer naast het watervat; - stof en vervuiling op:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.