afdeling strafrecht parketnummer: 23-002812-18 datum uitspraak: 13 november 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-072742-18 tegen [verdachte] , geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1992, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 9 april 2018 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere motivering van de vrijspraak komt. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000, subsidiair 20 dagen hechtenis, en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 180 dagen waarvan 92 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Vrijspraak Het dossier bevat een proces-verbaal ter zake artikel 8 WVW 1994 waarin achteraf met pen een wijziging is aangebracht in het tijdstip van het constateren van de overtreding. Op 2 augustus 2018 is een aanvullend proces-verbaal opgesteld door verbalisant [verbalisant] waarin de verbalisant relateert dat de wijzingen die in het proces-verbaal met pen zijn aangebracht de juiste gegevens zijn. Het hof is van oordeel dat ook na kennisname van dit aanvullend proces-verbaal nog altijd onvoldoende duidelijkheid bestaat ten aanzien van de in het proces-verbaal vermelde tijdstippen, en wie wanneer genoemde wijziging heeft aangebracht. Zodoende kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld op welk tijdstip de vordering ademanalyse heeft plaatsgevonden en, in het verlengde daarvan, dat is voldaan aan de 20-minutentermijn. Het resultaat van de ademanalyse kan aldus niet voor het bewijs worden gebruikt en het hof zal de verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 november 2019. ========================================================================= […] .
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.