afdeling strafrecht parketnummer: 23-001388-18 datum uitspraak: 23 april 2019 NIET VERSCHENEN Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-043126-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1981, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat de strafmotivering wordt vervangen door de onderstaande. Strafmotivering De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier dagen met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte tot dezelfde straf zal worden veroordeeld. Het hof heeft in hoger beroep bij de beoordeling van de door de politierechter opgelegde straf gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Hij heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf niet te respecteren. Dit is niet alleen een misdrijf dat overlast oplevert voor het bedrijf, maar ook overigens bijdraagt aan het ontstaan van schade en overlast, doordat winkelbedrijven het verlies van goederen als gevolg van diefstal zullen doorberekenen in de verkoopprijs, terwijl ook aanzienlijke kosten zijn gemoeid met het treffen van maatregelen ter voorkoming van winkeldiefstallen. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 maart 2019 is de verdachte eerder ter zake van winkeldiefstallen veroordeeld. Dit weegt het hof in het nadeel van de verdachte. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de verdachte, blijkens het rapport van GGZ Reclassering Inforsa van 31 januari 2019, op geen enkele manier bereikbaar is voor de reclassering en er dus geen reëel vooruitzicht bestaat dat een taakstraf ten uitvoer kan worden gelegd, acht het hof, alles afwegende, geen andere dan wel lagere straf passend en geboden dan de vrijheidsbenemende straf die door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. In het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht ziet het hof daartoe evenmin aanleiding. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het voorgaande. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. W.M.C. Tilleman en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 april 2019. mrs. C.N. Dalebout en J.J.I. de Jong zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.