afdeling strafrecht parketnummer: 23-002667-18 datum uitspraak: 26 juli 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-711470-13 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Ontvankelijkheid van het hoger beroep De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde (medeplegen van) mishandeling van [slachtoffer 1] en heeft de verdachte veroordeeld voor de mishandeling van [slachtoffer 2]. De verdachte heeft onbeperkt hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Naar het oordeel van het hof is (het medeplegen van) de mishandeling van [slachtoffer 1] impliciet cumulatief ten laste gelegd en richt het hoger beroep zich dus mede tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte dan ook niet‑ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak ter zake van – kort gezegd – de mishandeling van [slachtoffer 1] op 3 december 2012 te Amsterdam. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 3 december 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een of meerdere perso(o)n(en), te weten - [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of (hardhandig) heeft geduwd, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert. Bewijsoverweging De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak bepleit van de mishandeling van [slachtoffer 2]. Hij heeft daartoe primair aangevoerd dat de feitelijke toedracht niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte een gerechtvaardigd beroep op noodweer toekomt. Betwist wordt daarbij dat de verdachte zich in een situatie bevond waarin zij had kunnen weglopen en die conclusie kan evenmin worden getrokken nu de feiten niet eenduidig kunnen worden vastgesteld. Het hof overweegt als volgt. Het hof gaat uit van de verklaringen die bij de politie zijn afgelegd, nu deze zijn opgenomen kort na de vechtpartij en het hof deze betrouwbaar acht. Hieruit leidt het hof het volgende af. Op 3 december 2012 in Amsterdam heeft de aangeefster bij de verdachte een foto in de brievenbus van haar woning gedaan. De verdachte heeft de foto gepakt, verscheurd en naar buiten gegooid waarop de aangeefster de foto, althans de resten daarvan, bij de verdachte in de brievenbus heeft gedaan. Daarop is de verdachte haar woning uit gekomen en is een confrontatie tussen de verdachte en de aangeefster ontstaan. [naam 1], de zus van aangeefster [slachtoffer 2], zag dat de verdachte op [slachtoffer 2] af kwam rennen en aan haar trok, waarop een worsteling tussen beide vrouwen ontstond. Ook [naam 2], dochter van aangeefster [slachtoffer 2], zag dat de verdachte op aangeefster af kwam en dat zij [slachtoffer 2] sloeg, waarna beide vrouwen met elkaar in gevecht raakten. [naam 3] zag dat zijn vrouw, de aangeefster, werd aangesproken door de verdachte en er ruzie ontstond waarbij over en weer klappen vielen. Deze verklaringen ondersteunen de verklaring van de aangeefster, die heeft verklaard dat de verdachte naar buiten kwam en haar opzocht; haar een vuistslag in haar gezicht gaf onder haar rechteroog, waarop zij direct pijn in haar gezicht voelde. De verklaring van de aangeefster wordt bovendien ondersteund door de letselverklaring van 3 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.