afdeling strafrecht parketnummer: 23-003828-18 datum uitspraak: 9 oktober 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-071655-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 2 april 2018 te Haarlem terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Lange Herenvest, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een enigszins andere bewijsconstructie hanteert. Bewijsoverweging De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de herkenningen van de verdachte door de verbalisanten onvoldoende (specifiek) zijn en daarom onvoldoende betrouwbaar om tot een bewezenverklaring te komen. Het hof overweegt als volgt. Het proces-verbaal van bevindingen van 3 april 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], houdt in dat zij de verdachte goed in zijn gezicht hebben kunnen zien, dat zij de verdachte toen duidelijk herkenden, dat zij ambtshalve bekend met hem waren vanwege eerdere staandehoudingen en dat de verdachte een fors postuur heeft en goed is herkennen aan zijn korte, rode/rossige haar. Op grond hiervan acht het hof de herkenningen voldoende specifiek en betrouwbaar. De omstandigheid dat het (door verbalisant [verbalisant 2] opgenomen) filmpje van de verdachte terwijl hij aan het rijden was, niet in het dossier zit, maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders. Het hof verwerpt dan ook het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 2 april 2018 te Haarlem, terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Lange Herenvest, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.