← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:4951

afdeling strafrecht parketnummer: 23-004424-18 datum uitspraak: 18 november 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 november 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 15-189184-18 en 15-800541-16 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november

  1. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 12 augustus 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 91 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vrijspraak Uit het dossier blijkt dat in een auto twee grote brokken worden aangetroffen. Een verbalisant ruikt ter plekke aan de brokken en zegt de hem ambtshalve bekende geur van hennep te ruiken. Een rechercheur die later de blokken bekijkt zegt deze aan de vorm, kleur, geur en ‘hoe het aanvoelde’ te herkennen ‘als zijnde hasjblokken’. Volgens de politie heeft de verdachte verklaard dat het aangetroffene hasj betreft. Uit die verklaring blijkt niet dat de verdachte van de aangetroffen brokken heeft gebruikt. Voor een juridisch toereikende vaststelling van de aard van een aangetroffen middel is niet onder alle omstandigheden een laboratoriumtest vereist en kan een indicatieve test, samen met voldoende ondersteunend en betekenisvol bewijs, leiden tot die vaststelling. Het hof stelt vast dat in dit geval zelfs een indicatieve test ontbreekt. Hetgeen de verbalisanten en de verdachte hebben verklaard maakt niet dat met voldoende zekerheid, voorbij redelijke twijfel, kan worden vastgesteld dat het hier hasjiesj betrof. Dit brengt met zich dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering tenuitvoerlegging Het openbaar ministerie heeft gevorderd de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 mei 2017 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 50 dagen. De vordering is door de politierechter in eerste aanleg toegewezen en is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd de toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voor de duur van 50 dagen te bevestigen. Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 28 september 2018, strekkende tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 mei 2017, parketnummer 15-800541-16, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 50 dagen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. F.A. Hartsuiker en mr. F. Sieders, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Trel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november
  2. Mr. F. Sieders is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ======================================================================== […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.