← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:5059

afdeling strafrecht parketnummer: 23-003358-18 datum uitspraak: 9 augustus 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 september 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-706196-18 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Syrië), adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straf of maatregel De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, en een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. De raadsvrouw heeft zich hierbij aangesloten. Het hof overweegt als volgt. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2019 is aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaren. Het hof heeft geconstateerd dat het onderhavige feit is gepleegd voordat genoemde maatregel werd opgelegd. Het hof zal bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, omdat het onwenselijk is de verdachte na afronding van het ISD-traject nogmaals te confronteren met een straf. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht. Bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. M.M. van der Nat en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 augustus 2019. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.