GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.244.986/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 4984268 CV EXPL 16-12028 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 januari 2020 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats] , appellante, tevens incidenteel geïntimeerde, advocaat: mr. R.H.J. Koopmans te Amsterdam, tegen CURAÇAO CENTRALE HYPOTHEEKBANK N.V., gevestigd te Willemstad, Curaçao, geïntimeerde, tevens incidenteel appellante, advocaat: mr. J. Faas te Groningen. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en CHB genoemd. Het hof heeft in deze zaak op 19 november 2019 een arrest uitgesproken. Bij H16-formulier van 23 december 2019, met bijlagen, heeft mr. Faas zich namens CHB op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij H14-formulier van 6 januari 2020 heeft mr. Koopmans zich namens [appellant] verzet tegen toewijzing van dit verzoek. 2Beoordeling 2.1 Het arrest van 19 november 2019 vermeldt in het dictum dat [appellant] in de kosten van het geding in eerste aanleg wordt veroordeeld en dat die kosten aan de zijde van CHB worden begroot op € 639,00 aan verschotten (en € 2.172,00 voor salaris). Blijkens een als bijlage bij het H16-formulier gevoegde nota is in eerste aanleg € 941,00 aan griffierecht in rekening gebracht aan CHB. Dit is in overeenstemming met de destijds geldende bijlage bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Staatscourant 2015, 44577). Blijkens de in het geding gebrachte inleidende dagvaarding is € 98,11 aan dagvaardingskosten (inclusief informatiekosten) aan CHB in rekening gebracht. De som van beide bedragen is € 1.039,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.