afdeling strafrecht parketnummer: 23-001994-18 datum uitspraak: 20 januari 2020 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-095617-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 december 2019 en 6 januari 2020. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 15 mei 2018 te Alkmaar, althans in Nederland gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 2], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een fiets (merk: Gazelle, kleur: grijs) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel (door met een voorwerp, de slotschoot van de (voor)deur van voornoemde woning vanaf de binnenkant open te trekken (zogenaamd 'hengelen')). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 15 mei 2018 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan de [adres 2], alwaar verdachte zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevond, een fiets (merk: Gazelle, kleur: grijs) en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel, door met een voorwerp, de slotschoot van de voordeur van voornoemde woning vanaf de binnenkant open te trekken (zogenaamd 'hengelen'). Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Daarbij zijn diverse bijzondere voorwaarden gesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden, zoals door Tactus Reclassering in het rapport van 3 september 2019 geadviseerd. De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de duur van de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht overstijgt, reeds omdat hernieuwde vrijheidsbeneming het ingezette behandeltraject zal doorkruisen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een nachtelijke woninginbraak. Daarbij heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de gedupeerde bewoonster. Daarnaast heeft hij haar in haar privacy aangetast en zal hij haar rompslomp, maar vooral ook gevoelens van angst en onbehagen hebben bezorgd. Een woning is immers bij uitstek de plek waar iemand zich veilig en geborgen moet kunnen voelen. Het handelen van de verdachte draagt voorts bij aan in de samenleving heersende gevoelens van onveiligheid, bij die van omwonenden in het bijzonder. De verdachte heeft zijn ogen voor dit alles kennelijk gesloten en zich slechts laten leiden door zijn zucht naar ‘snel geld’. De verdachte is blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 december 2019 vele malen eerder onherroepelijk veroordeeld voor vermogensdelicten, hetgeen in zijn nadeel weegt. De ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt, mede in het licht van de recidive en gelet op de straffen die door rechters in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ettelijke maanden. Toch zal het hof daarvoor niet kiezen en wel om reden van het volgende. Uit het rapport van Tactus Verslavingszorg van 3 september 2019 komt naar voren dat de verdachte jarenlang heroïne en cocaïne heeft gebruikt. Onder invloed van deze middelen vervaagden zijn grenzen waardoor hij lichtvaardig overging tot het plegen van delicten. Daarnaast wordt niet uitgesloten dat de verdachte vermogensdelicten pleegde om te kunnen voorzien in zijn middelengebruik. Verder is hij gediagnostiseerd met een neurocognitieve stoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Bij vonnis van 7 september 2018 zijn in een andere zaak bij een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden gesteld die kort gezegd inhouden dat de verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.