← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2020:1494

afdeling strafrecht parketnummer: 23-003520-19 datum uitspraak: 28 mei 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 september 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-032630-15 en 13-033718-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedag] 1981, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging nu in eerste aanleg geen rekening is gehouden met de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast zal het hof rekening houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en dit artikel toevoegen aan de toepasselijke wetsartikelen. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. De raadsman heeft verzocht, indien het komt tot een bewezenverklaring, bij de strafoplegging rekening te houden met de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Het hof kan zich verenigen met de motivering en de duur van de taakstraf zoals door de politierechter beslist, met dien verstande dat bij de oplegging van de taakstraf rekening gehouden dient te worden met de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. N.A. Schimmel en mr. A.P.M. van Rijn, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 mei 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.