beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.209.821/03 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 18 juni 2020 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] , VERZOEKSTER, tevens BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. H.B. de Regt, kantoorhoudende te Alkmaar, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] ., gevestigd te [....] , VERWEERSTER, advocaat: mr. R.J. Bakker, kantoorhoudende te Naarden, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] , gevestigd te [....] , BELANGHEBBENDE, tevens VERZOEKSTER, advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag.
- Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verweerster worden aangeduid als [B] . 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 en 10 april 2014, 23 december 2016, 12 juli 2017, 21 juli 2017, 25 november 2019, 13 maart 2020 en 11 juni 2020 in deze zaak. 1.3 Bij de beschikking van 4 april 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B] over de periode vanaf 1 januari
- Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – vastgesteld dat zich bij [B] in de periode vanaf 1 januari 2012 tot 3 december 2013 wanbeleid heeft voorgedaan, alsmede – bij wijze van voorziening – ing. J.A.H. Overing MBA (hierna: Overing) benoemd tot commissaris van [B] voor een periode van drie jaar. 1.4 Bij de beschikking van 11 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – de geldingsduur van de bij beschikking van 12 juli 2017 getroffen voorziening van benoeming van een commissaris bij [B] verlengd met een periode van twee jaar, met ingang van 12 juli 2020, Overing ontheven uit de functie van commissaris van [B] en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd als opvolgend commissaris. 2De gronden van de beslissing De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als commissaris, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 11 juni
- 3De beslissing De Ondernemingskamer: wijst aan als commissaris zoals bedoeld in de beschikking van 11 juni 2020 in deze zaak: W.L. Meijer te Amsterdam; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M.P. Nieuwe Weme. raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wolfs op 18 juni 2020.