← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2020:1801

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002419-19 datum uitspraak: 19 juni 2020 VERSTEK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen -na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 18 juni 2019- op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 1 september 2003 in de strafzaak onder parketnummer 15-001234-03 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) op [geboortedag] 1981, adres: [adres] zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. Procesgang De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 23 november 2004 het vonnis bevestigd. De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 18 juni 2019 het arrest van het gerechtshof Amsterdam en het daarbij bevestigde vonnis vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen om de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing door de Hoge Raad, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni

  1. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vordert, nu vervolging naar haar oordeel niet langer opportuun is. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel, gelet op het tijdsverloop in deze zaak en nu niet is gebleken dat in de jaren tussen het wijzen van arrest door dit hof op 23 november 2004 en het instellen van beroep in cassatie door de verdachte op 20 oktober 2017 op enigerlei wijze is geprobeerd het verstekarrest aan de verdachte te betekenen, terwijl van haar wel een adres bekend was, dat voortzetting van de strafvervolging niet langer opportuun is. Het hof zal daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de strafvervolging. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 juni
  2. Mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.