← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2020:1864

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.274.386/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 25 juni 2020 inzake

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] ,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid P.M.S. VISSER TRADING & HOLDING B.V., gevestigd te [....] , VERZOEKSTERS, advocaten: mr. F. Eikelboom en mr. W.A. Vader, beiden kantoorhoudende te Amsterdam. t e g e n
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAGENBORG BULK TERMINAL B.V., gevestigd te Delfzijl, VERWEERSTER, advocaten: mr. W.F.W. Timmer en mr. J.L. de Hoop, beiden kantoorhoudende te Groningen, e n t e g e n
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KONINKLIJKE WAGENBORG B.V., gevestigd te Delfzijl,
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAGENBORG STEVEDORING B.V., gevestigd te Delfzijl,
  6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WABOR B.V., gevestigd te Delfzijl,
  7. [C], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. W.F.W. Timmer en mr. J.L. de Hoop, beiden kantoorhoudende te Groningen,
  8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [D] , gevestigd te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: R.H. Knegtering, kantoorhoudende te Leeuwarden. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 25 mei en 26 mei
  9. 1.2 Bij beschikking van 25 mei 2020 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Wagenborg Bulk Terminal B.V. (hierna: WBT) over de periode vanaf 1 januari 2019, een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden. De Ondernemingskamer heeft verder bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van WBT, en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen. Bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding heeft de Ondernemingskamer een nader aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van WBT. 1.3 Bij beschikking van 26 mei 2020 zijn mr. J.A. van der Have (verder: Van der Have) als bestuurder en drs. P.J. Schimmel RA CFE (verder: de onderzoeker) als onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in beschikking van 25 mei
  10. 1.4 De onderzoeker heeft bij e-mail van 19 juni 2020 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer, de advocaten van partijen en Van der Have gezonden. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen en Van der Have vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten. 1.5 Op 24 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer reacties ontvangen van mr. Eikelboom, mr. De Hoop en mr. Knegtering. Geen van partijen heeft commentaar op de begroting van de kosten van het onderzoek bedoeld in 1.
  11. 2De gronden van de beslissing 2.1 De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd en opgave gedaan van zijn uurtarief (€ 250). De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal €27.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, zal kosten. 2.2 Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 27.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 3De beslissing De Ondernemingskamer: stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 27.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.