afdeling strafrecht parketnummer: 23-000412-18 datum uitspraak: 25 juni 2020 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-114209-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 1964, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 11 juni 2015 te Barsingerhorn, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 925 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; subsidiair hij op of omstreeks 11 juni 2015 te Barsingerhorn, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist over redelijkerwijs moest vermoeden, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof – anders dan de politierechter – tot een bewezenverklaring komt. Bewijsverweer Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het primair tenlastegelegde een alternatief scenario geschetst ten aanzien van het tijdstip van zijn alcoholinname: de verdachte zou (pas) na thuiskomst een aantal glazen Vieux-cola hebben gedronken, hetgeen de hoge uitslag van de ademanalyse verklaart. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat dit scenario niet kan worden uitgesloten vanwege onder meer het tijdsverloop tussen de thuiskomst van de verdachte en de aankomst van de politie ter plaatse, en de verklaringen van de partner en de dochter van de verdachte, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het hof overweegt als volgt. De verdachte is op 11 juni 2015 in Barsingerhorn in zijn auto naar huis gereden. De politie is ter plaatse gekomen na een melding van een buurvrouw over het rijgedrag van de verdachte. De verdachte is na een blaastest aangehouden op verdenking van rijden onder invloed. De ademanalyse op het politiebureau gaf als resultaat een alcoholgehalte van 925 microgram per liter uitgeademde lucht. Het hof acht het scenario dat de verdachte na thuiskomst alcohol is gaan drinken en dat die alcoholconsumptie het hoge alcoholgehalte in zijn adem verklaart, in het geheel niet aannemelijk. De politie was die avond om 19.14 uur ter plaatse in de woning van de verdachte, een half uur nadat een buurvrouw hem had zien thuiskomen. Deze buurvrouw, [naam 1], zag de verdachte rond 18.45 uur met zijn auto in de bocht van de weg over het gras rijden, zij zag dat hij moeite had met het besturen en parkeren van zijn auto en, toen hij was uitgestapt, dat hij moeite had zijn evenwicht te bewaren en met een hand de auto vasthield. Anders dan de raadsvrouw (overigens ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde) heeft betoogd, heeft het hof geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam 1]. De vriendin van de verdachte, [naam 2], heeft op diezelfde dag, 11 juni 2015, verklaard dat zij aan de loop, de houding en de blik van de verdachte toen hij thuis kwam, zag dat hij onder invloed was van alcohol. Zij heeft ook verklaard niet te hebben gezien dat de verdachte alcohol dronk na zijn thuiskomst en voordat de politie kwam. Op de plek waar de verdachte zat in de woonkamer stond geen alcoholhoudende drank. Gelet in het bijzonder op de verklaringen van [naam 1] en [naam 2], op de korte tijdspanne tussen de thuiskomst van de verdachte en de aankomst van de politie – die moeilijk te verenigen is met een alcoholinname die leidt tot het eerdergenoemde hoge alcoholgehalte – en de omstandigheid dat de verdachte niet meteen na de blaastest en/of bij gelegenheid van zijn aanhouding, maar pas onderweg naar het politiebureau opmerkte dat hij thuis alcohol had gedronken, neemt het hof aan dat het geconstateerde alcoholgehalte door vóór de thuiskomst van de verdachte genuttigde consumpties is teweeggebracht. Het verweer wordt dan ook verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 juni 2015 te Barsingerhorn, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 925 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.