afdeling strafrecht parketnummer: 23-003077-19 datum uitspraak: 14 juli 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 augustus 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 15-186901-19 en 13-096551-19 (TUL) en 13-258438-17 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1992, zonder bekende woon- of verblijfplaats, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel te Krimpen aan den IJssel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2019 te Haarlem, in/uit een winkel aan de [adres] (nummer [nummer]), een zak doppinda's en/of een flesje Desperados en/of een fles port (merk Köpke) en/of drie verpakkingen Fav Maki (sushi), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan '[winkel]', heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 3 augustus 2019 te Haarlem in een winkel aan de [adres] (nummer [nummer]), een zak doppinda's, een flesje Desperados en drie verpakkingen Fav Maki (sushi), die toebehoorden aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de strafoplegging gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich in een winkel schuldig gemaakt aan diefstal van een zak doppinda’s, een flesje Desperados en drie verpakkingen sushi. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast materiële schade ook hinder veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf. Bovendien heeft de verdachte door aldus te handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het desbetreffende winkelbedrijf. Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 juni 2020 is hij ter zake van diefstal veelvuldig eerder onherroepelijk veroordeeld. De ter zake daarvan opgelegde gevangenisstraffen hebben de verdachte er niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan het plegen van een winkeldiefstal. Bovendien is die winkeldiefstal gepleegd in de proeftijden van twee eerder in voorwaardelijke vorm opgelegde straffen ter zake van soortgelijke feiten. Eén en ander weegt in het nadeel van de verdachte. Het hof acht in dat licht oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van ettelijke weken – hoger dan de door de politierechter in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf – in beginsel op zijn plaats. Nu het hof echter in het verlengde van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening houdt met de straffen die de verdachte na het thans bewezen feit ten deel zijn gevallen, komt het hof alles afwegend toch tot dezelfde straf als de politierechter heeft uitgesproken. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde. Vorderingen tot tenuitvoerlegging Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.