afdeling strafrecht parketnummer: 23-004561-17 datum uitspraak: 7 augustus 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-196315-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 17 juli 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] te slaan en/of te schoppen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vrijspraak Standpunt van de verdediging De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, aangezien daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Subsidiair is namens de verdachte een beroep op noodweer gedaan. Daartoe is aangevoerd dat niet de verdachte of haar medeverdachte maar de aangeefster is begonnen met de aanval, waartegen de verdachte zich rechtens heeft verweerd. Standpunt van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid ‘voorbedachte raad’ en ter zake van het overig ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. In de visie van de advocaat-generaal kan het ten laste gelegde medeplegen van mishandeling wettig en overtuigend worden bewezen. Van noodweer is geen sprake: ofschoon niet goed valt te reconstrueren hoe het gevecht is begonnen, was het letsel van de aangeefster veel ernstiger dan hetgeen bij de verdachte en haar medeverdachte is geconstateerd en valt niet in te zien waarom de verdachte en de medeverdachte, die aan de deur stonden, niet konden vertrekken. Oordeel van het hof De lezingen met betrekking tot de toedracht van het incident op 17 juli 2017 van enerzijds [benadeelde] en anderzijds de verdachte en haar zus [naam] verschillen op wezenlijke onderdelen. Het hof kan op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen wat zich exact heeft afgespeeld op 17 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.