afdeling strafrecht parketnummer: 23-000358-18 datum uitspraak: 22 juni 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-233166-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarbij zij terzake van medeplegen van opzetheling is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: primair hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens één of meer kinderwagen(
- s)en/of accessoires (merk Bugaboo), in elk geval enig goed, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en), althans rederlijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof subsidiair [medeverdachte] en/of een of meer anderen, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens één of meer kinderwagen(
- s)en/of accessoires (merk Bugaboo), in elk geval enig goed, heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl [medeverdachte] en/of zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 2 oktober 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door - advertenties, waar één of meer kinderwagen(
- s)en/of accessoires (merk Bugaboo) ter verkoop werden aangeboden, te maken en te plaatsen op de website [website] en/of - aanwezig te zijn bij de verkoop van één of meer kinderwagen(
- s)en/of accessoires (merk Bugaboo) en/of - het ter beschikking stellen van verdachtes auto bij het vervoeren en/of de verkoop van één of meer kinderwagen(
- s)en/of accessoires (merk Bugaboo). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte terzake van schuldheling zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Anders dan de advocaat-generaal en de politierechter, maar met de raadsvrouw is het hof van oordeel dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken van hetgeen haar ten laste is gelegd. Daartoe is redengevend dat het hof op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte vóór haar aanhouding door de politie wist dat de kinderwagens en accessoires die door haar toenmalige partner [medeverdachte] via [website] werden verkocht (ten behoeve van welke verkopen zij hand- en spandiensten heeft verricht) van diefstal afkomstig waren, terwijl er onvoldoende grond is voor het oordeel dat de verdachte die criminele komaf in de door de advocaat-generaal benoemde omstandigheden toen al redelijkerwijs had moeten vermoeden. Daarom kan niet worden bewezen dat zij zich aan opzet- of schuldheling heeft schuldig gemaakt en evenmin dat zij aan dergelijke vergrijpen opzettelijk medeplichtig is geweest. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. J.J.I. de Jong en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 juni 2020.