GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.222.878/01 zaak-/rolnummer rechtbank : C/13/602630 / HA ZA 16-177 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 februari 2020 inzake 1STICHTING FAIRFIELD COMPENSATION FOUNDATION, gevestigd te Amsterdam, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht COLIMA INTERNATIONAL LIMITED, gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden, appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. K. Rutten te Utrecht, tegen 1CITCO GLOBAL CUSTODY N.V.,gevestigd te Amsterdam, 2. CITCO BANK NEDERLAND N.V., gevestigd te Amsterdam, 3. CITCO FUND SERVICES (EUROPE) B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerden in principaal hoger beroep, appellanten in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. M. Deckers te Amsterdam. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Appellanten worden hierna wederom de Stichting en Colima genoemd en gezamenlijk de Stichting c.s. Geïntimeerden worden afzonderlijk wederom aangeduid als CGC, CBN en CFS en gezamenlijk als Citco c.s. Bij tussenarrest van 12 februari 2019 is de zaak naar de rol verwezen teneinde Citco c.s. in de gelegenheid te stellen om in het geding te brengen: (
- a)het advies van Clifford Chance als bedoeld in punt 13.1 onder a van de memorie van antwoord; (
- b)een voorbeeld van documentatie als bedoeld in punt 13.1 onder b van de memorie van antwoord. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - akte overlegging producties zijdens Citco c.s., met producties; - antwoordakte overlegging producties zijdens de Stichting c.s. Vervolgens is arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 Citco c.s. hebben bij akte overlegging producties in het geding gebracht (
- i)een advies van Clifford Chance van 8 februari 1995, (
- ii)een voorbeeld van een in het kader van de gestelde jaarlijkse due diligence door Bernard L. Madoff Investment Securities LLC (hierna: BLMIS ) ingevulde vragenlijst uit 2007, met bijlagen en (iii) een tweetal voorbeelden (september 2005 en mei 2008) van overzichten die BLMIS volgens Citco c.s. maandelijks aan Citco c.s. zond. Citco c.s. hebben deze producties in hun akte toegelicht, waarop de Stichting c.s. bij antwoordakte hebben gereageerd. Het hof is van oordeel dat, gezien de inhoud van de antwoordakte van de Stichting c.s., de eisen van een goede procesorde met zich brengen dat Citco c.s. in de gelegenheid dienen te worden gesteld om bij akte daarop te reageren. De zaak zal om die reden naar de rol worden verwezen. 2.2. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3Beslissing Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 3 maart 2020 voor een akte aan de zijde van Citco c.s. met het in r.o. 2.1 omschreven doel; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.A.H. Melissen en M.M. Korsten-Krijnen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2020.