GERECHTSHOF AMSTERDAM BEKLAGKAMER Beschikking op het beklag met het rekestnummer K19/230507 van [klager] wonende te [plaats], klager. 1Het beklag Voor het verloop van de procedure en het verhandelde in raadkamer verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 20 april 2020. 2Het verdere verloop van de procedure Het hof heeft beklaagden in de gelegenheid gesteld op 3 juni 2020, op verschillende tijdstippen, te worden gehoord. Beklaagde [beklaagde 1] is in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen. Beklaagde [beklaagde 2] is door middel van een beeld-belverbinding in raadkamer aanwezig geweest en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen. De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden om anders te adviseren dan tijdens de raadkamerbehandeling van 4 maart 2020, namelijk om het beklag toe te wijzen en de vervolging van de beklaagden te bevelen. 3De beoordeling van het beklag Klager heeft op 17 september 2019 aangifte gedaan van mishandeling door twee verkeersregelaars, beklaagden, op 11 september 2019 te Zandvoort. Ten aanzien van de vraag of klager vervolgd moet worden voor de aangifte die beklaagden tegen hem hebben gedaan, heeft de officier van justitie laten weten dat daartoe in beginsel is besloten, maar dat met een definitieve beslissing wordt gewacht op de uitkomst van deze beklagprocedure. Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht. Het toetsingskader Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven. De overwegingen van het hof Vaststaat dat er een gevecht heeft plaatsgevonden tussen klager en de twee beklaagden, die op dat moment beiden werkzaam waren als verkeersregelaar. Bij dit gevecht is over en weer letsel ontstaan. De betrokkenen en de getuigen verklaren verschillend over wat er zich precies heeft afgespeeld. In de getuigenverklaringen is steunbewijs te vinden voor de aangifte van klager. Op basis van deze aanwijzingen in het dossier zou de strafrechter tot een bewezenverklaring van een vorm van mishandeling van klager dan wel van openlijke geweldpleging door beklaagden kunnen komen. Het is bij uitstek de strafrechter die de afweging kan maken of het voorhanden bewijsmateriaal daarvoor voldoende is en zo ja, welke bestraffing daarbij past. Indien bewezen, gaat het om een aantasting van het lichaam van klager en diens gezondheid, die bovendien plaats vond op de openbare weg en door personen belast met een publieke functie. Om die reden is er voldoende algemeen belang bij strafvervolging. Het hof zal daarom als volgt beslissen. 4De beslissing Het hof beveelt de officier van justitie om [beklaagde 1] en [beklaagde 2] te vervolgen ter zake van het feit waarop het beklag betrekking heeft. Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 13 juli 2020 door mrs. N. van der Wijngaart, voorzitter, I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en P.C. Kortenhorst, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck, griffier, en, bij afwezigheid van de voorzitter en de griffier, ondertekend door de jongste raadsheer.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.