GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.237.815/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/623378/HA ZA 17-137 en C/13/623555/HA ZA 17-148 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 juni 2020 inzake STICHTING SAPIENTIA, gevestigd te Amsterdam, STICHTING 'T KINDERHARTJE, gevestigd te Amsterdam, STICHTING FELICITY, gevestigd te Amsterdam, appellanten, tevens incidenteel geïntimeerden, advocaat: mr. R.M. Berendsen te Amsterdam, tegen 1STICHTING VOOR ISLAMITISCH SOCIAAL CULTUREEL EN MAATSCHAPPELIJK WERK, gevestigd te Amsterdam, 2. [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] , wonende te [woonplaats] , 3. [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] , wonende te [woonplaats] , 4. [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, tevens incidenteel appellanten, advocaat: mr. O.J. Hennis te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna ook Bevriende Stichtingen en Stichting ISMW c.s. genoemd. Geïntimeerde, tevens incidenteel appellant, sub 1 wordt aangeduid met Stichting ISMW en geïntimeerden, tevens incidenteel appellanten, sub 2, 3 en 4 worden gezamenlijk ook Overige Bestuurders genoemd. Bevriende Stichtingen zijn bij dagvaarding van 14 maart 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer C/13/623378/HA ZA 17-137 gewezen tussen Stichting ISMW als opposante en Bevriende Stichtingen als geopposeerden (hierna ook: de verzetzaak) en onder bovenvermeld zaak- en rolnummer C/13/623555/HA ZA 17-148 gewezen tussen Overige Bestuurders als opposanten en Bevriende Stichtingen en Stichting ISMW als geopposeerden (hierna ook: de derdenverzetzaak). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met producties; - memorie van antwoord in incidenteel appel. Partijen hebben de zaak ter zitting van 25 juni 2019 doen bepleiten, elk door hun advocaat, aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. Bevriende Stichtingen hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog (het hof leest:) Stichting ISMW c.s. niet ontvankelijk zal verklaren in het (derden)verzet, althans de vorderingen in verzet zal afwijzen, met veroordeling van Stichting ISMW c.s. in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente. Stichting ISMW c.s. heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest - uitvoerbaar bij voorraad - in principaal hoger beroep de grieven van Bevriende Stichtingen ongegrond zal verklaren, in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep het bestreden vonnis zal vernietigen ter zake van de proceskostenveroordeling en Bevriende Stichtingen en [A] (hierna: [A] senior) zal veroordelen in de daadwerkelijk door Stichting ISMW c.s. gemaakte proceskosten in eerste aanleg, en het bestreden vonnis zal bekrachtigen voor het overige, met veroordeling van Bevriende Stichtingen en [A] senior in de daadwerkelijk door Stichting ISMW c.s. gemaakte kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente. Ter terechtzitting heeft Stichting ISMW c.s. verzocht in de gelegenheid te worden gesteld de daadwerkelijk gemaakte proceskosten bij akte toe te lichten. Bevriende Stichtingen hebben in het incidenteel hoger beroep geconcludeerd tot afwijzing met veroordeling van Stichting ISMW c.s. - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten. 2Feiten De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.19 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Bevriende Stichtingen hebben een kanttekening gemaakt bij hetgeen de rechtbank in ro. 2.6 van het bestreden vonnis heeft vastgesteld. Het hof zal daarmee bij de feitenvaststelling rekening houden; voor de beoordeling van de zaak is de kanttekening overigens niet van belang. Voor het overige zijn deze feiten in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.1 De statuten van Stichting ISMW luid(d)en met ingang van 12 augustus 1986, voor zover hier van belang: “Doel. Artikel 2. De stichting heeft ten doel; a. de bevordering en het (doen) geven van onderwijs; b. de bevordering van het sociaal en cultureel-maatschappelijk werk; c. de verwerving en het beheer van moskeeën en andere gebedsruimten; d. de coördinatie van de werkzaamheden van verschillende rechtspersonen en andere samenwerkingsverbanden; e. het organiseren van conferenties en kampen, ten behoeve van in Nederland wonende moslims. Middelen om tot het doel te geraken. Artikel 3. De stichting streeft haar doel onder meer na; a. door de verwerving en het beheer van schoolgebouwen, het bestrijden van analfabetisme, het geven van voorlichting en hulp aan groepen en individuele moslims over de manier waarop en waardoor in de Nederlandse samenleving, met inachtneming van de voorschriften uit de Koran en Hadith, geleefd kan worden, onder andere in maatschappelijke conflictsituaties, de opvang van kinderen en de jeugd, het verenigen van de jeugd, ongeacht hun taal, ras, nationaliteit, culturele of sociale achtergrond, een en ander eventueel door het inschakelen van deskundigen; b. door het verrichten van alle andere handelingen die tot het bereiken van het gestelde doel bevorderlijk zijn of daarmede in de ruimste zin verband houden. (…). Bestuur. Artikel 5. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste vijf en ten hoogste negen leden (...). 2. Het bestuur beslist uit hoeveel leden het bestuur zal bestaan en zo een vacature ontstaat zal daarin bij bestuursbesluit worden voorzien bij wijze van coöptatie. Artikel 6. Het bestuurslidmaatschap eindigt door (...) bestuursbesluit genomen in een vergadering waarin het gehele bestuur aanwezig is, met uitzondering van diegene over wiens ontslag moet worden beslist. Artikel 7. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Verschillende hoedanigheden kunnen in én persoon worden verenigd. Artikel 8. 1. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee bestuursleden gezamenlijk, onder wie de voorzitter of de secretaris of de penningmeester. (...) Artikel 10. 1. Bestuursvergaderingen worden schriftelijk zoveel mogelijk met vermelding van de te behandelen onderwerpen door de secretaris bijeengeroepen. 2. Besluiten worden genomen met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. (...) Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk. (…) Statutenwijziging (…) Artikel 13. 1.De statuten van deze stichting kunnen worden gewijzigd bij bestuursbesluit. Dit besluit zal echter moeten worden genomen met een meerderheid van twee/derde der zitting hebben de bestuursleden. (…) Artikel 15. In gevallen waarin de statuten niet voorzien, alsmede bij twijfel omtrent de uitleg enige bepaling daarvan beslist het bestuur.” 2.2 Stichting ISMW is eigenares van het gebouw aan [adres] te [plaats] . 2.3 Voorzitter/penningmeester van Stichting ISMW is met ingang van 11 juni 1997 [A] (hierna: [A] senior). 2.4 Bij vonnis van 23 september 2009, gewezen in de zaak tussen Stichting ISMW als eiseres in conventie/verweerster in reconventie en onder anderen Overige Bestuurders als gedaagden in conventie/eisers in reconventie, heeft de rechtbank in reconventie voor recht verklaard dat het bestuur van Stichting ISMW in de periode juli tot en met november 2000 is samengesteld uit [A] senior en Overige Bestuurders. Dat vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. 2.5 Een op 18 april 2011 voor notaris Berger te Amsterdam verleden akte luidt, voor zover hier van belang: “Heden (…) verscheen voor mij (…) [A] ( [A] senior, hof) (…). De comparant verklaarde het volgende. Stichting voor Islamitisch Sociaal-Cultureel en Maatschappelijk Werk (…), hierna te noemen: “de stichting”, werd opgericht bij akte die op 2 december negentienhonderd vijfentachtig (…) werd verleden. De statuten werden nadien alleen gewijzigd bij akte die op twaalf augustus negentienhonderd zesentachtig (…) werd verleden. Het bestuur van de stichting heeft eerder op heden met algemene stemmen en conform statutair voorschrift besloten om de statuten van de stichting te wijzigen zoals hierna is beschreven en om aan de comparant volmacht te verlenen om die wijziging bij deze notariële akte tot stand te brengen. Ter uitvoering van gemelde besluiten verklaarde de comparant vervolgens de statuten van de stichting geheel opnieuw vast te stellen als volgt. “STATUTEN (…) Artikel 5 – Bestuur 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie en ten hoogste zeven leden (...). 2. Elke persoon die met de stichting een overeenkomst heeft gesloten krachtens welke die persoon van de stichting het exclusieve recht verkrijgt op het gebruik van het belangrijkste gedeelte van een verdieping van een gebouwde onroerende zaak gedurende ten minste twaalf maanden is, zolang hij dat gebruiksrecht heeft, lid van het bestuur. 3. Zodra een vacature ontstaat zal daarin bij bestuursbesluit worden voorzien, bij wijze van coöptatie. 4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voor benoemde leden door (…) een bestuursbesluit. Het bestuursbesluit over het einde van het bestuurslidmaatschap kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derden der geldig uitgebrachte stemmen. De stem van het bestuurslid ten aanzien waarvan wordt gestemd telt daarbij niet als uitgebrachte stem. 5. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Verschillende hoedanigheden kunnen in één persoon worden verenigd.” 2.6 Eveneens op 18 april 2011 hebben [A] senior, [B] en [C] namens Stichting ISMW met elk van de Bevriende Stichtingen een overeenkomst gesloten als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de in de akte van notaris Berger opgenomen (opnieuw vastgestelde) statuten van Stichting ISMW. In de considerans van elk van die overeenkomsten is vermeld dat Stichting ISMW aan de betrokken gebruiker één bestuurszetel beschikbaar stelt. Van het bestuur van Stichting Sapientia maken (op 25 november 2016) deel uit [D] (vanaf 18 april 2011) en [E] (vanaf 1 juli 2012). Van het bestuur van Stichting Felicity maken deel uit (op 26 november 2016) [F] (hierna: [F] , vanaf 18 april 2011) en [G] (vanaf 20 april 2011). Van het bestuur van Stichting ‘t Kinderhartje maken (op 27 november 2016) deel uit [E] en [H] (beiden vanaf 18 april 2011). [E] is een zoon van [A] senior. 2.7 Bij vonnis van 20 april 2011, gewezen in de zaak tussen Overige Bestuurders als eisers en onder anderen [A] senior en Stichting ISMW als gedaagden, heeft de rechtbank (onder meer) voor recht verklaard dat Overige Bestuurders, tezamen met [A] senior, het rechtsgeldige bestuur vormen van Stichting ISMW. 2.8 In het dossier bevindt zich een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 22 september 2016. Deze uitspraak betrof een beroep van [A] senior als appellant tegen de Kamer van Koophandel als verweerster en Overige Bestuurders als derde-partij. Het beroep was gericht tegen het besluit van de Kamer van Koophandel om de inschrijving van Bevriende Stichtingen in het handelsregister als bestuurders van Stichting ISMW ongedaan te maken. Bij de uitspraak van 22 september 2016 heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dit beroep ongegrond verklaard. 2.9 Bij arrest van 26 augustus 2014 heeft het hof het vonnis van 20 april 2011 (in zoverre) bekrachtigd. Dat arrest is in kracht van gewijsde gegaan. 2.10 Bij exploot van 10 oktober 2016 hebben Bevriende Stichtingen, woonplaats kiezende ten kantore van mr. Berendsen, Stichting ISMW gedagvaard om op 19 oktober 2016 te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank. Dat exploot, dat op het adres [adres] te [plaats] is betekend aan [A] senior, luidt, voor zover hier van belang: “DOEL VAN DE PROCEDURE: (...) De vordering (...) 3. Eisers hebben ieder sinds 18 april 2011 een gebruiksovereenkomst met ISMW (...). In de considerans van de gebruiksovereenkomst staat expliciet opgenomen dat gedaagde een bestuurszetel beschikbaar stelt voor de gebruiker. 4. Eisers maken thans nog steeds gebruik van een verdieping van de onroerende zaak van gedaagde. 5. Ofschoon eisers sinds 18 april 2011 steeds feitelijk hebben deelgenomen aan bestuursvergaderingen en ook gebruik hebben gemaakt van hun stemrechten, blijkt dat zij in het handelsregister van de kamer van koophandel niet als zodanig zijn ingeschreven. De overige leden van het bestuur weigeren in te stemmen met inschrijving van eisers in het handelsregister als bestuurder, als gevolg waarvan eisers zich naar derden toe niet kunnen legitimeren als bestuurders van gedaagde. 6. Eisers vorderen dan ook een verklaring voor recht ex art. 3:302 BW dat zij lid zijn van het bestuur van gedaagde en veroordeling van gedaagde om opgave te doen aan het handelsregister van het feit dat zij bestuurders zijn. (…) DE EIS: Op grond van deze argumenten vorderen eisers dat uw rechtbank voor recht verklaart dat eisers lid zijn van het bestuur van gedaagde en dat uw rechtbank gedaagde bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt om binnen vier weken na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan het handelsregister van de kamer van koophandel te Amsterdam opgave te doen van het feit dat eisers sedert 18 april 2011 bestuurders zijn van gedaagde (...).” 2.11 Bij exploot van 21 oktober 2016 hebben Bevriende Stichtingen, opnieuw woonplaats kiezende ten kantore van mr. Berendsen, een verschrijving in het zojuist vermelde exploot hersteld. Dat herstelexploot is betekend op het adres [adres] te [plaats] , alwaar de gerechtsdeurwaarder – volgens zijn verklaring – afschrift van het herstelexploot en het exploot van 10 oktober 2016 heeft gelaten aan “voormeld adres in gesloten envelop met daarop de vermeldingen als wettelijk voorgeschreven, omdat ik aldaar niemand aantrof aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten”. 2.12 In de aldus door Bevriende Stichtingen aanhangig gemaakte zaak is tegen Stichting ISMW verstek verleend. 2.13 Bij vonnis van 30 november 2016 (hierna: het verstekvonnis) heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Bevriende Stichtingen lid zijn van het bestuur van Stichting ISMW en is Stichting ISMW veroordeeld om binnen vier weken na betekening van dat vonnis aan het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Amsterdam opgave te doen van het feit dat Bevriende Stichtingen sedert 18 april 2011 bestuurders zijn van Stichting ISMW. 2.14 Bij exploot van 2 december 2016 hebben Bevriende Stichtingen het verstekvonnis betekend aan Stichting ISMW. Dat exploot is – volgens de verklaring van de gerechtsdeurwaarder – betekend aan [A] senior, “hem aantreffende te [plaats] ”. De gerechtsdeurwaarder heeft – volgens zijn verklaring – afschrift van het betekeningsexploot en het verstekvonnis gelaten aan [A] senior in persoon. 2.15 Bij e-mailbericht van 4 januari 2017 heeft [F] , statutair bestuurder van Stichting Felicity, voor zover hier van belang, aan Overige Bestuurders geschreven: “Hierdoor nodig ik u allen uit voor de bestuursvergadering van ISMW op dinsdag 10 januari as., 18.30 uur in het gebouw van de Stichting. De agenda is als volgt: 1. Opening. 2. Bespreking gevolgen vonnis. 3. Bekrachtiging voor zover nodig van de besluiten die hebben geleid tot het aangaan van de Gebruiksovereenkomsten met de stichtingen Sapientia. Felicity en t Kinderhartje. 4. Bekrachtiging voor zover nodig van het besluit van 18 april 2011 tot wijziging van de statuten. 5. Ontslag voor zover vereist van de bestuursleden [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] , 6. Sluiting.” 2.16 Bij e-mailbericht van 6 januari 2017 hebben Overige Bestuurders, voor zover hier van belang, aan [F] geschreven: “Zoals blijkt uit het in kracht van gewijsde gegane arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 26 augustus 2014 (...) dat het bestuur van Stichting voor Islamitisch Sociaal Cultureel en Maatschappelijk Werk (...) bestaat uit de heren [A] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] (...). De Stichting Felicity is dus geen bestuurder van Stichting ISMW (laat staan secretaris). U kunt namens Stichting Felicity dan ook niet op recht[s]geldige wijze bestuursvergaderingen van Stichting ISMW bijeenroepen. U heeft geen enkele formele of materiële status binnen Stichting ISMW. Uw “uitnodiging” is dus zonder enig rechtsgevolg. Enige “besluiten” die tijdens de door u aangekondigde bijeenkomst zullen worden genomen zullen geen enkele relevantie hebben (zij zijn non-existent). Namens de Stichting verzoek - en voor zover nodig - sommeer ik u om u te onthouden van enige (rechts)handeling die betrekking heeft op één van de door u genoemde “agendapunten”.” 2.17 Bij e-mailbericht van 9 januari 2017 heeft [F] , voor zover hier van belang, aan Overige Bestuurders geschreven: “Volgens bijgevoegd vonnis zijn de stichting Felicity, ‘t Kinderhartje en Sapientia sinds 18 april 2011 bestuurder van de Stichting Islamitisch Sociaal-cultureel Maatschappelijk Werk (ISMW). Dit vonnis is onherroepelijk.” [F] heeft bij dat e-mailbericht het verstekvonnis gevoegd. 2.18 Bij e-mailbericht van 10 januari 2017 hebben Overige Bestuurders, voor zover hier van belang, aan [F] geschreven: “Tot onze grote verbazing en ontzetting ontvingen wij gisteravond om 20.01 uur uw e-mail, waaraan een scan van een voor ons onbekend verstekvonnis d.d. 30 november 2016 was gehecht. Wij moeten het er vooralsnog voor houden dat de verstekprocedure door de heer [A] tezamen met Stichting Felicity, Stichting Sapientia en Stichting ‘t Kinderhartje (de “Stichtingen”) is georkestreerd met het enige vooropgezette doel om ons als bestuurders van Stichting ISMW op de vanavond (...) te houden “bestuursvergadering” (met opzet tussen aanhalingstekens) te ontslaan, en de overige geagendeerde “besluiten” te nemen. Ik wijs u erop dat enig rechtsgeldig benoemingsbesluit van de Stichtingen ontbreekt. Het moet er dus voor nu dus voor gehouden worden dat - los van de verklaring van recht in het verstekvonnis - de Stichtingen dus nog altijd geen bestuurders van Stichting ISMW. Uw uitnodiging d.d. 4 januari 2017 voor de “bestuursvergadering” is dan ook zonder rechtsgevolg. Enige besluiten die vanavond genomen zouden worden blijven derhalve non-existent.” 2.19 De notulen van de vergadering die [A] senior, [F] namens Stichting Felicity, [I] namens Stichting Sapientia en [E] namens Stichting ‘t Kinderhartje op 10 januari 2017 hebben gehouden, luiden, voor zover hier van belang: “1. Opening De voorzitter opent om 18:30 uur de vergadering. Hij constateert dat de heren [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] niet aanwezig zijn, ofschoon zij wel de uitnodiging met de agenda hebben ontvangen. Dat blijkt onder andere uit een e-mailbericht van die drie heren van 6 januari 2017 aan de overige bestuursleden. De vergadering besluit dat de heer [F] aantekening zal maken van hetgeen wordt besproken en dat de agenda moet worden uitgebreid met de rondvraag. 2. Bespreking gevolgen vonnis 30 november 2016 De bestuursleden Felicity. Sapientia en ‘t Kinderhartje hebben kennis genomen van de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 22 september 2016 en besloten om aan de rechtbank Amsterdam een verklaring voor recht te vragen dat zij met ingang van 18 april 2011 lid zijn van het bestuur van ISMW. Bij vonnis van 30 september 2016 is de vordering van deze (...) bestuursleden toegewezen. Het vonnis is op 2 december 2016 aan ISMW in persoon betekend. Het is inmiddels onherroepelijk geworden en inmiddels heeft de voorzitter uitvoering gegeven aan de veroordeling om tot inschrijving van Sapientia, Felicity en ‘t Kinderhartje als bestuurders over te gaan. De Kamer van Koophandel heeft de opgaven in behandeling. 3. Bekrachtiging voor zover nodig van de besluiten die hebben geleid tot het aangaan van de Gebruiksovereenkomsten met de stichtingen Sapientia, Felicity en ‘t Kinderhartje. De drie stichtingen menen dat onzekerheid bestaat over de vraag of de besluiten van ISMW in 2011 rechtsgeldig zijn en dat zij daarom belang hebben bij bekrachtiging van die besluiten. Het gaat om de besluiten die hebben geleid tot het sluiten van de gebruiksovereenkomsten tussen ISMW en de drie stichtingen. Het bestuur bekrachtigt vervolgens met algemene stemmen voor zover nodig de bestuursbesluiten die hebben geleid tot het aangaan van de Gebruiksovereenkomsten van 18 april 2011 met de stichtingen Sapientia, Felicity en ‘t Kinderhartje. 4. Bekrachtiging voor zover nodig van de besluiten die hebben geleid tot wijziging van de statuten. Op verzoek van de drie stichtingen bekrachtigt het bestuur met algemene stemmen voor zover nodig ook het besluit van 18 april 2011 tot wijziging van de statuten. Het bestuur geeft volmacht aan de voorzitter om alles te doen dat nodig is om die statuten voor zover nodig te deponeren bij het handelsregister. 5. Ontslag voor zover vereist van de bestuursleden [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3]. Het is onzeker of de bestuursleden [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] in de vergadering van 6 december 2014 rechtsgeldig zijn ontslagen. In artikel 5 lid 4 van de statuten staat dat een bestuursbesluit over het einde van het bestuurslidmaatschap slechts kan worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derden der geldig uitgebrachte stemmen en dat de stem van het bestuurslid ten aanzien waarvan wordt gestemd daarbij niet als uitgebrachte stem geldt. Het bestuur besluit opnieuw te stemmen over het ontslag van de heren [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 4] , [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 2] en [geïntimeerde, tevens incidenteel appellant sub 3] en wel schriftelijk. De betreffende heren zijn voor zover nodig ontslagen met de vereiste meerderheid van de uitgebrachte stemmen. De stembriefjes zullen worden gehecht aan de notulen.” 3Beoordeling 3.1. Stichting ISMW heeft in eerste aanleg in verzet, na wijziging van eis, vernietiging van het verstekvonnis van 30 november 2016 gevorderd, alsmede ontheffing van de tegen haar uitgesproken veroordelingen, afwijzing van de door Bevriende Stichtingen tegen haar ingestelde vorderingen, veroordeling van Bevriende Stichtingen tot terugbetaling van al hetgeen zij ter uitvoering van het verstekvonnis heeft voldaan en tot betaling van de daadwerkelijk door haar gemaakte proceskosten in het verzet, te begroten op € 11.848,02 per 23 oktober 2017 en te vermeerderen met overige proceskosten. Overige Bestuurders hebben in eerste aanleg, na wijziging van eis, gevorderd hun derdenverzet tegen het verstekvonnis gegrond te verklaren, het verstekvonnis te vernietigen, Bevriende Stichtingen te veroordelen in de daadwerkelijk door hen gemaakte proceskosten in het derdenverzet, te begroten op € 11.848,02 per 23 oktober 2017 en te vermeerderen met overige proceskosten. De rechtbank heeft met het bestreden vonnis - in de verzetzaak -
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.