afdeling strafrecht parketnummer: 23-001883-19 (strafzaak) datum uitspraak: 2 oktober 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-006761-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboortedatum] (Vietnam) op [geboortedag] 1958, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en de kwalificatie van het bewezenverklaarde. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Daarnaast zal het hof in hoger beroep gevoerde verweren bespreken en een aanvullende bewijsoverweging geven en verder het door de politierechter onder I. gebezigde bewijsmiddel vervangen door een aangepast bewijsmiddel I en een bewijsmiddel VI toevoegen. In zoverre zullen de gronden van vonnis worden aangevuld. Bespreking van verweren en nadere bewijsoverweging De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte weliswaar eigenaar van het pand aan [adres 2] was, maar dat zij de woning verhuurde en daar zelf niet woonachtig was. Zij kwam daar wel regelmatig voor de behandeling van haar ziekte, maar heeft nooit iets gemerkt van de hennepkwekerij. Vanaf augustus 2016 is de verdachte in ieder geval niet meer in de woning geweest, aldus de raadsman. Uit de verklaringen van de buurtbewoners vloeit voort dat de buurtbewoners de verdachte regelmatig bij de woning hebben gezien en dat de verdachte sinds 1 of 2 jaar voor de ontmanteling van de hennepkwekerij op 3 oktober 2016 weer woonachtig was in het pand aan [adres 2] . Een buurtbewoner heeft op maandag 3 oktober 2016 verklaard dat hij de verdachte het afgelopen weekend nog had gezien bij de woning, hetgeen niet verenigbaar is met de verklaring van de verdachte dat zij in augustus 2016 voor het laatst in de woning was geweest. Voorts blijkt uit de verklaringen van de buurtbewoners dat zij naast de verdachte ook regelmatig een Vietnamese man bij de woning zagen. Op de zolderverdieping van de woning van de verdachte is een hennepkwekerij met 297 hennepplanten aangetroffen. Over de overloop van de eerste verdieping liep een grote afvoerslang van de ventilatie en ook verder waren er op de eerste verdieping materialen aanwezig die verband hielden met de hennepkwekerij. Vanuit de meterkast op de begane grond liep een elektriciteitskabel via een gat in de muur door de naastgelegen gangkast en vervolgens via het trapgat naar de zolderverdieping. De inrichting van de woning duidde op meerdere bewoners. De verdachte heeft verklaard dat ze voor haar medische behandelingen wel op de eerste verdieping van de woning kwam. Op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden is bewezen dat de verdachte zelf in het pand woonde en als medepleger van een verder onbekend gebleven man betrokken was bij de aangetroffen hennepkwekerij. Dat de verdachte die samen met een ander heeft geëxploiteerd is ook gelet op haar ziekten aannemelijk. Het hof schuift daarbij, mede gelet op het vorenstaande, de verklaringen dat de woning aan een derde werd verhuurd, dat de verdachte daar alleen incidenteel kwam om medische behandelingen te ondergaan en dat zij niets heeft gemerkt van een hennepkwekerij, als ongeloofwaardig terzijde. Vervangend bewijsmiddel en aanvullend bewijsmiddel Het hof vervangt het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel I. door het volgende bewijsmiddel: Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte (dossierpagina’s 15-20), op de bij de wet voorgeschreven wijze op 9 december 2016 opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van de politie Eenheid Noord-Holland. Dit proces-verbaal houdt in – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – als de op 9 december 2016 ten overstaan van de verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte: Ik ben de eigenaar van het pand [adres 2] . Soms kwam de behandelaar van mijn ziekte bij mij thuis op [adres 2] . VI. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met fotobijlagen (dossierpagina’s 50-54), op de bij de wet voorgeschreven wijze op 10 oktober 2016 opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , respectievelijk brigadier van de politie Eenheid Noord-Holland en hoofagent van de politie Eenheid Noord-Holland. Dit proces-verbaal houdt in – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – als de bevindingen van verbalisanten: Van de aangetroffen situatie werden door ons foto’s gemaakt die bij dit proces-verbaal zijn gevoegd. - Foto’s genummerd 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 47, 49, 50 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.