beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.268.745/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 26 november 2020 inzake 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIOGEN HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIOGEN ENERGY B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTERS, advocaat: mr. S.C.M. van Thiel, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIOGEN HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIOGEN ENERGY B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTERS, (ook met betrekking tot het zelfstandig tegenverzoek van Lamaro Holding B.V.) advocaat: mr. S.C.M. van Thiel, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LAMARO HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE, tevens VERZOEKSTER, advocaten: mr. G.R.G. Driessen en mr. J.A.G.M. Vriens, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, e n (met betrekking tot het zelfstandig tegenverzoek) t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENERFUND B.V., gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE, advocaten: mr. R.Q. Potter, mr. C.R.B. Jonker en mr. D.R. de Breij, allen kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 2 en 5 maart 2020, van 14 mei 2020 en naar de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer in deze zaak van 13 november 2020. 1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Priogen Holding B.V. en Priogen Energy B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018 en drs. E.A. Marseille RA (hierna: de onderzoeker) benoemd als onderzoeker, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening mr. T.J.M. Lenders benoemd tot bestuurder van Priogen Holding B.V. 1.3 Bij beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 13 november 2020 zijn (
- i)mr. T.J.M. Lenders, (
- ii)[A] , (iii) [B] , (
- iv)[C] , (
- v)[D] en (
- vi)[E] gemachtigd om in gesprekken met en in schriftelijke stukken gericht aan – uitsluitend – (
- i)mr. T.J.M. Lenders, (
- ii)[A] , (iii) [B] , (
- iv)[C] , (
- v)[D] en (
- vi)[E] over de inhoud van het concept-onderzoeksverslag mededelingen te doen, welke machtiging geldt tot en met de dag waarop het definitieve onderzoeksverslag ter griffie wordt gedeponeerd. 1.4 Op 23 november 2020 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek, gedateerd op 23 november 2020, aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 1.5 Met het oog op de vaststelling van haar vergoeding heeft de onderzoeker in de begeleidende brief van 23 november 2020 bij het onderzoeksverslag een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 25.000 (exclusief btw). 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2.2 Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 2 maart 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Priogen Holding B.V. en Priogen Energy B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden; stelt partijen in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker als bedoeld in 1.5 en 2.2 hiervoor; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 26 november 2020.