beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.261.584/01 GDW nummer eerste aanleg : C/13/639446/ DW RK/17/1177 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 14 januari 2020 inzake [klager] , wonend te [woonplaats] , appellant, tegen [naam] , toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats] , geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Appellant (hierna: klager) heeft op 27 juni 2019 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 28 mei 2019 (ECLI:NL:TGDKG:2019:140). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) ongegrond verklaard. 1.2. De gerechtsdeurwaarder heeft geen verweerschrift bij het hof ingediend, hoewel het hof de gerechtsdeurwaarder daartoe in de gelegenheid heeft gesteld. 1.3. Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg van de kamer ontvangen. 1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 31 oktober 2019. Klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. 2Feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan komen de feiten neer op het volgende. 2.1. De gerechtsdeurwaarder was (aanvankelijk) belast met de tenuitvoerlegging van twee vonnissen (uit 2015) ten laste van klager. Hiervoor heeft de gerechtsdeurwaarder twee dossiers aangelegd. 2.2. Bij e-mailbericht van 14 november 2015 heeft klager een incasso-opdracht van hem zelf aan de deurwaarder bevestigd. Dit e-mailbericht houdt in, voor zover van belang: “ Zoals donderdag besproken stuur ik u hierbij de vordering die mijn bedrijf nog heeft tegen Dhr. [X] . Ook wil ik hierbij bevestigen dat alle gelden die hieruit voortkomen (dus ook de hoofdsom) volledig gebruikt mag worden voor de openstaande vordering die ik zelf bij u nog heb lopen.” 2.3. Bij brief van 11 november 2016 en e-mailbericht van 28 november 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder de advocaat van klager op de hoogte gesteld van de verdeling van de geïnde gelden uit de incasso-opdracht over de onder 2.1. bedoelde dossiers. 2.4. Bij brief van 17 maart 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder klager op de hoogte gesteld van de openstaande saldi in beide dossiers ten laste van klager. 2.5. Bij brief van 6 oktober 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder klager erop gewezen dat ten laste van hem beslag zou kunnen worden gelegd. 2.6. Op 8 oktober 2017 heeft klager bezwaar gemaakt tegen het openstaande saldo. 2.7. Bij brief van 9 oktober 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder klager aangeschreven met een verzoek tot betaling van de restantvordering. Deze brief houdt in, voor zover van belang: “ (…) U kunt de in ons schrijven d.d. 6 oktober 2017 genoemde beslaglegging alsnog voorkomen door uiterlijk vrijdag 13 oktober 2017 het door u verschuldigde bedrag ad € 348,31 bij ons op kantoor te voldoen, of indien betaling ineens voor u op problemen mocht stuiten, voor deze datum een acceptabele betalingsregeling met ons te treffen” 2.8. Tussen 9 oktober 2017 en 6 november 2017 hebben de gerechtsdeurwaarder en klager met elkaar gecorrespondeerd over - onder meer - de vraag of de incasso-opdracht wel of niet zijn eenmanszaak betrof. 3Standpunt van klager Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder het volgende: a. de gerechtsdeurwaarder weigert inzage te geven in het beslag dat onder de Sociale Dienst is gelegd; b. de gerechtsdeurwaarder behandelt ten onrechte beide zaken als één maar rekent wel dubbele, onnodige kosten; het opvragen van informatie door de gerechtsdeurwaarder ten aanzien van de woon-en verblijfplaats van klager is in beide zaken onnodig; c. de gerechtsdeurwaarder brengt kosten in rekening ten aanzien waarvan klager zich afvraagt of dat is toegestaan; d. de gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte op naam van de klager een zaak aangespannen zodat de gerechtsdeurwaarder in een later stadium beslag kon leggen op de geinde gelden; e. de gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte beslag gelegd ten laste van klager terwijl er een betalingsregeling liep. 4Standpunt van de gerechtsdeurwaarder De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder wordt, voor zover relevant, hieronder besproken. 5Beoordeling Klachtonderdelen a en e 5.1. De kamer heeft deze klachtonderdelen ongegrond verklaard op grond van de overweging, samengevat, dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.