beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.186.913/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 17 december 2020 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SOOPS INVESTMENT B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER, advocaten: mr. J.W. de Groot, mr. M.V.A. Heuten en mr. H.M.E. van Baren, allen kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n
- de naamloze vennootschap FUND FOR ENERGY, INNOVATION, SUSTAINABILITY AND TECHNOLOGY N.V., gevestigd te Amsterdam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EDG HOLDINGS B.V., gevestigd te Soest, VERWEERSTERS, advocaat: mr. R.P. Sijbrandij, kantoorhoudende te Utrecht, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COMMUNITIZE PARTICIPATIES B.V., gevestigd te Beusichem, gemeente Buren,
- [A], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. A.I.D. Jonkman, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 3 [B] , wonende te [....] , advocaat: mr. R.P. Sijbrandij, kantoorhoudende te Utrecht, BELANGHEBBENDE.
- Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verweerster sub 1 worden aangeduid met FEIST. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 19 en 26 juli
- 1.3 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van FEIST over de periode vanaf 1 januari 2012 tot 7 maart 2016, mr. B.J. Tideman te Den Haag (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van FEIST. 1.4 De onderzoeker heeft bij e-mail van 7 december 2020 een verzoek gedaan tot verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten met € 13.636,37 exclusief btw. 1.5 Bij brief van 11 december 2020 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. 1.6 Bij e-mail, met bijgevoegde declaraties met urenspecificaties, van 15 december 2020 heeft de onderzoeker zijn verhogingsverzoek nader toegelicht en heeft hij teneinde de vergoeding van de onderzoeker te kunnen bepalen, een uiteenzetting gegeven van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden in verband met het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hieruit volgt dat de vergoeding van de onderzoeker zou moeten worden bepaald op € 38.636,37 exclusief btw. 1.7 De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2.2 De Ondernemingskamer zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over zowel het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten als de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker (op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW) aan de hand van de in 1.6 genoemde stukken. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 19 juli 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Fund for Energy, Innovation, Sustainability and Technology N.V., gevestigd te Amsterdam, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden; stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk op 30 december 2020 te 13.00 uur schriftelijk uit te laten over zowel het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten met € 13.636,37, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, als de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020.