beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.274.386/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 4 december 2020 inzake
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , VERZOEKSTERS, advocaten: mr. F. Eikelboom en mr. W.A. Vader, beiden kantoorhoudende te Amsterdam. t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAGENBORG BULK TERMINAL B.V., gevestigd te Delfzijl, VERWEERSTER, advocaten: mr. W.F.W. Timmer en mr. J.L. de Hoop, beiden kantoorhoudende te Groningen, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KONINKLIJKE WAGENBORG B.V., gevestigd te Delfzijl,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAGENBORG STEVEDORING B.V., gevestigd te Delfzijl,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WABOR B.V., gevestigd te Delfzijl,
- [C], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. W.F.W. Timmer en mr. J.L. de Hoop, beiden kantoorhoudende te Groningen,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [D] , gevestigd te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: R.H. Knegtering, kantoorhoudende te Leeuwarden. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zullen verzoeksters, verweerster en belanghebbenden (ook) als volgt worden aangeduid: L. van Keulen B.V. met Van Keulen; [B] met [B] ; Wagenborg Bulk Terminal B.V. met WBT; Koninklijke Wagenborg B.V. met Wagenborg; Wagenborg Stevedoring B.V. met Wagenborg Stevedoring; Wabor B.V. met Wabor; [D] met [D] ; WBT, Wagenborg, Wagenborg Stevedoring, Wabor en [C] met WBT c.s. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 25 mei, 26 mei 2020, 25 juni 2020 en 26 oktober
- 1.3 Bij beschikking van 25 mei 2020 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van WBT over de periode vanaf 1 januari
- Bij wijze van onmiddellijke voorziening heeft de Ondernemingskamer een bestuurder van WBT benoemd. 1.4 Bij beschikking van 26 mei 2020 zijn mr. J.A. van der Have (verder: mr. Van der Have) als bestuurder en drs. P.J. Schimmel RA CFE (verder: onderzoeker) als onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in beschikking van 25 mei
- 1.5 Bij beschikking van 25 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 27.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.6 Bij beschikking van 26 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 33.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.7 Bij e-mail van 3 december 2020 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Met het oog op de vaststelling van diens vergoeding heeft de onderzoeker bij de e-mail een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van €32.812,
- De onderzoeker heeft laten weten genoegen te nemen met vaststelling van de vergoeding op €32.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.8 De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, ziet de Ondernemingskamer aanleiding om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2.2 Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 25 mei 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Wagenborg Bulk Terminal B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden; stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk op 11 december 2020 te 14:00 uur schriftelijk uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker als bedoeld in 1.7 en 2.2 hiervoor; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2020.