afdeling strafrecht parketnummer: 23-000640-18 datum uitspraak: 14 februari 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-700411-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1949, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de kwalificatie van feit 1 en 2 en de toepasselijke wettelijke voorschriften. Het hof voegt voorts een motivering toe over een ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer. Bespreking van een ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer De raadsman heeft aangevoerd dat het binnentreden van de bedrijfsruimte waar de kwekerij is aangetroffen onrechtmatig is geweest omdat er op basis van het dossier, noch het aanvullend onderzoek dat in de appelfase heeft plaatsgevonden, een redelijk vermoeden van schuld van de verdachte kon worden aangenomen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. In het dossier bevindt zich onder meer de verklaring van [naam]. [naam] verklaart dat hij als beveiligingsmedewerker, naar aanleiding van een mededeling van een derde, een warmtescan met een taser heeft gemaakt van het bedrijfspand. De gemeten temperatuur van pand [adres 2] was hoger dan die van de aangrenzende panden. Hij heeft toen de politie gebeld. Het hof is van oordeel dat de warmtemeting door de beveiligingsmedewerker in combinatie met de melding van een onbekend gebleven derde een redelijk vermoeden opleveren dat er in het bedrijfspand aan de [adres 2] te Wormerveer sprake was van overtreding van de Opiumwet. Dat zich in het dossier geen rapportage van de warmtemeting bevindt, doet aan dat oordeel niet af. Het ontstane redelijk vermoeden leverde vervolgens voldoende grond op om (op basis van de Opiumwet) deze bedrijfsruimte rechtmatig binnen te treden. Het hof verwerpt het verweer. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde De kwalificatie van feiten 1 en 2 zal als volgt worden aangepast: Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Ten aanzien van feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van feiten 1 en 2 en de toepasselijke wettelijke voorschriften en doet in zoverre opnieuw recht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. J.D.L. Nuis en mr. S. Clement, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 februari 2020.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.