Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-004463-19 Datum uitspraak: 30 oktober 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-150476-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober
- De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 1 februari 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, bij aanvang van de werkzaamheden niet zijn kaart en/of pincode in de boordcomputer heeft ingevoerd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering, alsmede omdat het hof tot een andere beslissing komt. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Het proces-verbaal van de politie in deze zaak is uitermate summier. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet met taxivervoer bezig was, toen hij door de verbalisant werd aangesproken. Hij wilde de taxi naar de garage brengen voor onderhoud, aldus de verdachte. Nu het hof niet beschikt over enig concreet bewijs dat de verdachte was aangevangen met de taxidienst, noch dat hij een auto bestuurde waarmee taxivervoer werd verricht, is het tenlastegelegde niet bewezen en moet de verdachte hiervan worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 13 februari 2019 onder CJIB nummer [nummer]. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.L. Bruinsma en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 oktober
- mr. J.L. Bruinsma is buiten staat dit arrest te ondertekenen.