Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-004379-18 Datum uitspraak: 3 september 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-147785-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1950, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen zal uitwerken. De bewijsmiddelen
- Een proces-verbaal met nummer PL1100-2018062741-2 van 8 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Op vrijdag 6 april 2018 was ik, verbalisant [verbalisant], werkzaam als aanrijdingsselecteur. Die dag omstreeks 20.35 uur reed ik over het Jan Boonplein te De Rijp. Ik zag voor de deur van [perceel] op dat Jan Boonplein, alwaar gelegen een restaurant/lunchroom [restaurant], een personenauto Ford Transit staan met blauwe Nederlands kentekenplaat [kenteken]. Ik zag dat er een taxi-bordje op het dak stond en ik zag dat er opschrift op de bus stond: '[tekst].' Ik zag dat er meerdere personen in het voertuig zaten en ik zag dat het voertuig wegreed. Op de Julianalaan te De Rijp gaf ik de bestuurder een stopteken. Ik zag dat de bestuurder stopte en uitstapte. Ik vorderde van de bestuurder inzage in zijn rijbewijs, welke hij mij overhandigde. Ik zag dat de bestuurder was genaamd [verdachte], geboren [geboortedag]
- Ik vorderde inzage in het ijkrapport van een taxameter. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij geen taxameter in zijn voertuig aanwezig had, omdat hij contractvervoer zou verrichten. Ik keek in de personenauto en zag op het dashboard of op de voorruit alleen een navigatiesysteem en een handsfree-kit voor mobiele telefonie. Ik zag dat er in het voertuig in zijn geheel geen boordcomputer (BCT) of taxameter aanwezig was. Ik zag in de personenauto 7 personen zitten met Chinees uiterlijk. Ik vroeg in het Engels aan hen waar zij vandaan kwamen en waar zij naartoe moesten. Ik hoorde hen zeggen dat ze bij het restaurant om een taxi hadden gevraagd en dat deze kwam aanrijden. Ze hadden geen prijs afgesproken en zouden bij het hotel [hotel], waar zij naartoe gebracht werden, betalen. Toen dit gezegd werd zei [verdachte]: "Ik kan het wel zeggen, het zou ze 20 euro kosten." Ik vroeg [verdachte] naar zijn contract waar hij het over had. Ik hoorde hem zeggen dat hij dat thuis had. Ik vroeg hem naar wat voor contract, waarop hij antwoordde dat het een telefonisch contract was: de klant belt hem en hij komt. Dat zou zijn contract zijn. Van enige schriftelijke overeenkomst bleek geen sprake.
- Een proces-verbaal met zaaknummer 002469625 van 26 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Verdachte werd op 6 april 2018 staande gehouden. Nadat ik, [verbalisant], de verdachte had meegedeeld niet tot antwoorden verplicht te zijn, van welk strafbaar feit hij is aangemerkt, dat hij recht heeft op rechtsbijstand, verklaarde deze: Ik zeg niks. Zoek het uit. De in dit proces-verbaal genoemde verdachte werd bij de staandehouding en voor het (le) verhoor gewezen op zijn recht op consultatie- en verhoorbijstand. Verdachte werd ook gewezen op het mogen afzien van dat recht en de gevolgen daarvan en dat hij deze beslissing te allen tijde kon herroepen. Verdachte zag niet af van zijn recht en kwam daar tijdens het verhoor niet meer op terug
- Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 23 november 2018 inhoudende, als verklaring van de verdachte: : Het klopt wat mij verweten wordt. Ik had die dag geen taxameter in de auto. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. A.R.O Mooy en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 september
- mr. M. Jurgens is niet in staat dit arrest te ondertekenen.