Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001238-19 Datum uitspraak: 11 juni 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 maart 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-203918-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboortedatum] , adres: [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 24 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten, op of aan de [plaats], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen, te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] door meermalen tegen de schouder, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 3] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 6] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 4] te slaan en/of te stompen en/of meermalen pepperspray, in elk geval een bijtende en/of traanverwekkende vloeistof in de richting en/of in het gezicht, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 4] heeft gespoten; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft mishandeld door meermalen tegen de schouder, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 3] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 6] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 4] te slaan en/of te stompen en/of meermalen pepperspray, in elk geval een bijtende en/of traanverwekkende vloeistof in de richting en/of in het gezicht, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 4] heeft gespoten; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft mishandeld door meermalen tegen de schouder, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 3] te slaan en/of te stompen en/of meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 6] te slaan en/of te stompen en/of - meermalen tegen het hoofd, in elk geval het lichaam van [benadeelde 4] te slaan en/of te stompen en/of meermalen pepperspray, in elk geval een bijtende en/of traanverwekkende vloeistof in de richting en/of in het gezicht, in elk geval het lichaam van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 4] heeft gespoten; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere overwegingen komt dan de politierechter in eerste aanleg. In hoger beroep wordt door de verdediging namelijk niet langer het noodweer(exces) verweer heeft gehandhaafd. Verder wordt door de verdediging wel een vrijspraakverweer gevoerd. Bewijsmotivering Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangevers niet betrouwbaar zijn. Het is opvallend hoe goed de verklaringen van aangevers [benadeelde 5] op elkaar lijken. Het ligt voor de hand dat deze op elkaar zijn afgestemd. Hun bewijskracht is daardoor niet doorslaggevend. Daarnaast volgt uit de verklaring van [persoon] dat er geen duidelijk begin is van het incident, maar dat beide partijen elkaar zijn gaan slaan. Er is dus sprake van een grote vechtpartij waarbij het niet duidelijk is wie er is begonnen. Het hof overweegt als volgt ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangevers [benadeelden] . [benadeelde 3] is op 24 mei 2017 om 23.44 uur gehoord door verbalisant [verbalisant 1] . [benadeelde 1] is op 24 mei 2017 om 23.46 uur gehoord door verbalisant [verbalisant 2] . [benadeelde 4] is op 24 mei 2017 om 23.00 uur gehoord door verbalisant [verbalisant 3] . [benadeelde 7] is op 25 mei 2017 om 10.15 uur gehoord door verbalisant [verbalisant 4] . Behalve [benadeelde 7] zijn de aangevers vrijwel direct na het incident (dat plaatsvond rond 22.00 uur) nagenoeg gelijktijdig en door verschillende verbalisanten gehoord. Gelet hierop acht het hof het niet aannemelijk dat de aangevers onderling hun verklaringen op elkaar hebben kunnen afstemmen. Nu deze verklaringen voorts op onderdelen worden ondersteund door de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte, is het hof van oordeel dat de verklaringen van de aangevers betrouwbaar zijn en zal ze ook tot het bewijs bezigen. De raadsman heeft voorts gesteld dat onduidelijk is wie er met de vechtpartij is begonnen en dat de verdachte om die reden dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt dat de vraag wie met een geweldshandeling aangevangen is niet zonder meer relevant is voor de bewijsvraag. Het verweer wordt verworpen. Het hof komt tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 24 mei 2017 te Amsterdam, openlijk, te weten, op of aan de openbare weg en op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen, te weten [benadeelde 1] en [benadeelde 6] en [benadeelde 3] en [benadeelde 4] door meermalen tegen het lichaam van [benadeelde 1] te slaan en meermalen tegen het hoofd en het lichaam van [benadeelde 3] te slaan en meermalen tegen het hoofd van [benadeelde 7] te slaan en meermalen tegen het hoofd van [benadeelde 4] te slaan en meermalen pepperspray in het gezicht van [benadeelde 1] en [benadeelde 7] en [benadeelde 4] heeft gespoten. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het primair bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek voorarrest waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte, zijn broer, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, door meerdere leden van de familie [benadeelden] te slaan. Daarnaast is er pepperspray gebruikt. De slachtoffers hebben hierdoor letsel opgelopen. Feiten als het onderhavige maken een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en dragen bij aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst en onveiligheid, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer of getuige zijn. Slachtoffers van dergelijke feiten ervaren daarvan vaak, naast fysiek ongemak en materiële schade, langdurig de nadelige psychische gevolgen, hetgeen ook blijkt uit de vorderingen van de benadeelde partijen. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 mei 2020 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Daarbij acht het hof niet noodzakelijk om een voorwaardelijk deel op te leggen, gelet op wat ter zitting is verklaard door de verdachte en het hof de overtuiging heeft dat het bij dit incident is gebleven. Dat betekent dat het hof een taakstraf voor kortere duur zal opleggen dan in eerste aanleg. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.740,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.